Met de komst van Nanouke van ’t Riet als directeur van het CBR leeft in de rijschoolwereld en onder leerlingen voorzichtig optimisme. Na jaren van onrust, achterstanden en oplopende kosten is de hoop dat het CBR onder haar leiding terugkeert naar waar het wettelijk voor bedoeld is: het eerlijk, onafhankelijk en efficiënt toetsen van rijvaardigheid.
bij de samenstelling van dit bericht is gebruik gemaakt van kunstmatige intelligentie (AI)
Terug naar de wettelijke kerntaken
Het CBR heeft een duidelijke wettelijke opdracht: het afnemen van theorie- en praktijkexamens en het beoordelen van de rijgeschiktheid. Toch klinkt al langer kritiek dat het instituut zich te veel begeeft op terreinen die daarbuiten vallen.
In de rijschoolbranche leeft het gevoel dat er sprake is geweest van ongewenste invloed op de markt, bijvoorbeeld door sturende communicatie, indirecte druk en beleid dat het ondernemersklimaat verstoort. Veel rijschoolhouders hopen dat Van ’t Riet hier een duidelijke streep onder zet.
De verwachting is dat zij het CBR weer positioneert als een neutrale toezichthouder, niet als een partij die — bedoeld of onbedoeld — richting geeft aan hoe rijscholen hun bedrijf moeten voeren.
Chaos oplossen en vertrouwen herstellen
De uitdagingen zijn groot. Examenachterstanden, onvoorspelbare wachttijden en wisselende kwaliteit van examinering hebben het vertrouwen van leerlingen en rijscholen aangetast. Vooral jongeren voelen daar de gevolgen van.
De nieuwe directrice staat voor de taak om orde te scheppen in wat velen inmiddels omschrijven als structurele chaos. Dat betekent:
- voorspelbare en redelijke wachttijden,
- transparante en uniforme beoordeling,
- en een organisatie die uitvoert wat wettelijk is vastgelegd — niet meer en niet minder.
Jongeren verdienen een eerlijke kans
Een belangrijk speerpunt is de positie van jongeren tussen de 16 en 21 jaar. Juist deze groep wordt hard geraakt door stijgende kosten voor rijlessen en examens. Door vertragingen en herexamens lopen de totale kosten vaak fors op, met als gevolg dat mobiliteit steeds meer een luxe wordt.
De hoop is dat Van ’t Riet zich inzet voor een systeem waarin jongeren tegen een eerlijke kostprijs een goede en eerlijke rijopleiding kunnen volgen, zonder onnodige financiële drempels die niets met verkeersveiligheid te maken hebben.
Grote verschillen met omringende EU-landen
Wie over de grens kijkt, ziet dat Nederland hierin uit de pas loopt. In veel omringende EU-landen zijn:
- rijopleidingen goedkoper,
- wachttijden korter,
- en examens minder bureaucratisch georganiseerd.
Dat betekent niet dat de verkeersveiligheid daar lager ligt — integendeel. Het roept de vraag op waarom het Nederlandse systeem zo complex en kostbaar is geworden, en of vereenvoudiging mogelijk is zonder concessies te doen aan kwaliteit.
Een kantelpunt?
De benoeming van Nanouke van ’t Riet wordt door velen gezien als een kans op een nieuw begin. Niet door alles om te gooien, maar door terug te keren naar de basis: een betrouwbaar CBR dat zijn wettelijke taak uitvoert, zonder angstcultuur, zonder marktverstoring en met oog voor de toekomst van jonge bestuurders.
Of zij die verwachtingen waar kan maken, zal de komende jaren blijken. Maar één ding is duidelijk: de sector kijkt mee — kritisch, maar hoopvol.

en kies daarna