Er wordt een civiele procedure aanhangig gemaakt tegen een examinator van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), die zich ondermeer op 8 november 2022 en 5 oktober 2023 schuldig zou hebben gemaakt aan ernstige ambtsmisdrijven. Ook werd hij volgens documenten, die het CBR op grond van de WOO moest openbaren, beschuldigd van een doodsbedreiging. Volgens betrokkenen handelde de examinator daarbij mogelijk in opdracht van, of met medeweten van, de toenmalige CBR-directie en de toenmalige divisiemanager. Het CBR zelf heeft deze beschuldigingen structureel in de doofpot laten belanden.
Aanleiding voor de civiele zaak vormen documenten die het CBR eerder openbaar maakte op grond van de Wet open overheid (Woo). Uit die stukken zou blijken dat de examinator meerdere malen onjuiste of valse verklaringen heeft afgelegd. Deze verklaringen vormden volgens de eiser de basis voor disciplinaire maatregelen tegen een kritische rijschoolhouder, die uiteindelijk werd geschorst en later definitief uitgeschreven door het CBR. Inmiddels blijkt uit journalistiek onderzoek dat het CBR de WOO besluiten weer verwijderd heeft van haar website, mogelijk omdat die belastend zijn voor het CBR en de examinator.
De rijschoolhouder, destijds actief als instructeur, stelt dat hij het slachtoffer is geworden van een doelbewuste handelwijze om kritiek op het functioneren van het CBR de kop in te drukken. Na zijn uitschrijving is hij naar eigen zeggen jarenlang onderzoek gaan doen naar vermeende structurele misstanden binnen de organisatie. De civiele procedure richt zich formeel tegen de examinator, maar in bredere zin ook tegen de rol die leidinggevenden binnen het CBR zouden hebben gespeeld.
Het dossier wordt door critici omschreven als de grootste doofpotaffaire in de geschiedenis van het CBR. Zij wijzen erop dat de openbaar gemaakte Woo-documenten pas na langdurige procedures beschikbaar kwamen en dat interne signalen over mogelijke onregelmatigheden destijds onvoldoende zouden zijn opgepakt.
In de media verklaarde CBR-directeur Alexander Pechtold al in 2023 dat het CBR op dat moment meer dan één miljoen euro aan juridische en andere kosten had gemaakt in procedures tegen de voormalig rij-instructeur. Die kosten zouden volgens het CBR verband houden met rechtszaken, onderzoeken en externe advisering die volgden op het conflict.

De uitkomst van de civiele procedure kan verstrekkende gevolgen hebben. Niet alleen voor de betrokken examinator, maar mogelijk ook voor het CBR als organisatie, mocht de rechter oordelen dat er sprake is geweest van onrechtmatig handelen of misbruik van bevoegdheden. Het CBR heeft eerder laten weten vertrouwen te hebben in de rechtmatigheid van zijn handelen en wacht de uitspraak van de rechter af.


en kies daarna