De terugkeer van de Tussentijdse Toets en de gevolgen in 2027 voor CBR-wachttijden én jongeren!
De aangekondigde terugkeer van de Tussentijdse Toets (TTT) als product van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen zet de toch al kwetsbare examencapaciteit verder onder druk. Brancheorganisaties en experts verwachten dat de wachttijden in 2027 structureel boven de KPI van zeven weken zullen uitkomen. Voor de TTT op last van de Tweede Kamer in april 2025 ‘on-hold’ werd gezet liepen wachttijden op tot 16 à 24 weken, met forse financiële gevolgen voor jongeren. Hoewel het CBR nu vol trots aankondigt alles weer op orde te hebben is een simpele conclusie dat dit ook al in 2023 had gekund als destijds de TTT ‘on hold’ was gezet.
bij de samenstelling van dit bericht is gebruik gemaakt van kunstmatige intelligentie (AI)
Vijf jaar structurele KPI-overschrijding
Het CBR slaagde er vijf jaar achtereen niet in om structureel aan de KPI van zeven weken te voldoen. In die periode liepen wachttijden herhaaldelijk en soms fors op. De verwachting in de sector is dat, zodra de Tussentijdse Toets weer als CBR-product wordt verkocht, de wachttijden opnieuw snel boven de norm zullen uitkomen. De reden is eenvoudig: iedere TTT bezet een examinator en een tijdslot dat anders beschikbaar zou zijn voor een regulier praktijkexamen.
Verlies van capaciteit: meer dan 100.000 examenplekken
Volgens berekeningen uit de branche betekent herinvoering van de Tussentijdse Toets dat jaarlijks opnieuw ruim 100.000 examenplekken verloren gaan. Dat is capaciteit die direct ontbreekt voor kandidaten die wachten op hun eerste praktijkexamen. Critici benadrukken dat dit extra wringt omdat de Tussentijdse Toets volgens deskundigen géén wettelijke taak is van het CBR. Toch moeten honderdduizenden jongeren extra kosten maken voor een product dat mede is ingevoerd om faalangst te verminderen, terwijl het capaciteitsprobleem bij het kerndienstverleningsproces onverminderd blijft bestaan.
Kosten voor kandidaten, kritiek vanuit de branche
Al jaren klinkt er stevige kritiek vanuit rijscholen en belangenorganisaties. De kern van die kritiek: het CBR overschrijdt de wachttijd-KPI soms tot wel een factor, terwijl kandidaten via aanvullende toetsen extra betalen. Daarmee verschuift de last van capaciteitsproblemen naar jongeren en hun ouders, die langer moeten wachten én meer kwijt zijn.
Parallel: de eerste toets in de RIS-opleiding
Een vergelijkbare discussie speelt rond de eerste toets in de RIS-rijopleiding. Ondanks een negatief advies van de landsadvocaat heeft het CBR deze toets zelf ontwikkeld en geëxploiteerd. Juristen stellen dat zowel deze eerste RIS-toets als de volledige RIS-opleiding buiten de wettelijke kerntaak van het CBR valt. Ook hier geldt dat examencapaciteit wordt ingezet voor niet-wettelijke producten, terwijl de wachttijden voor reguliere examens onder druk staan.
Conclusie
De herinvoering van de Tussentijdse Toets lijkt, gezien de recente geschiedenis, een recept voor langere wachttijden. Zolang het CBR structureel moeite heeft om de KPI van zeven weken te halen, betekent elke extra niet-wettelijke toets minder ruimte voor kernexamens. Voor kandidaten resulteert dat in hogere kosten en langere wachttijden; voor de sector in aanhoudende onzekerheid. De centrale vraag blijft of het verstandig is om schaarse examencapaciteit te blijven inzetten voor producten die volgens experts buiten de wettelijke taak van het CBR vallen.
