Onderzoeksrapport Van rijles naar rijonderwijs: Emile Roemer fileert de rol van het CBR
In het onderzoeksrapport Van rijles naar rijonderwijs trekt Emile Roemer stevige conclusies over de inrichting van het Nederlandse rijonderwijssysteem. De voormalige SP-leider is uitgesproken kritisch over de rol van het CBR en doet vergaande aanbevelingen voor een fundamentele herziening van taken, verantwoordelijkheden en toezicht.
bij de samenstelling van dit bericht is gebruik gemaakt van kunstmatige intelligentie (AI)
Kerntaak buiten de wet
Volgens Roemer is het een principiële fout dat het CBR zich actief bemoeit met de rijopleiding zelf. In zijn analyse stelt hij dat het wettelijke mandaat van het CBR zich beperkt tot examinering en certificering, en dat alles wat daarbuiten valt – zoals inhoudelijke sturing van rijopleidingen – juridisch en bestuurlijk op losse schroeven staat.
Roemer is helder:
“Het is niet de wettelijke taak van het CBR om zich te bemoeien met de rijopleiding.”
Laat staan, zo stelt hij, om een zelf ontwikkelde en commercieel geëxploiteerde opleidingsmethodiek op te dringen aan een hele branche.
Kritiek op de Rijopleiding In Stappen
Een belangrijk kritiekpunt in het rapport is de door het CBR ontwikkelde en gepromote Rijopleiding In Stappen (RIS). Volgens Roemer wringt hier de schoen: het CBR is tegelijk examinator, normsteller én aanbieder van een opleidingsconcept. Dat leidt tot belangenverstrengeling en een ongelijk speelveld voor rijscholen.
Roemer benadrukt dat rijopleiders hierdoor indirect worden gedwongen zich te conformeren aan een systeem dat:
- niet wettelijk is verankerd,
- door het CBR zelf is ontworpen,
- en door datzelfde CBR wordt geëxploiteerd en gepromoot.
Volgens het rapport ondermijnt dit de professionele autonomie van rijinstructeurs en rijscholen.
Voorstel: een nieuw zelfstandig bestuursorgaan
Als structurele oplossing pleit Roemer voor de oprichting van een nieuw zelfstandig bestuursorgaan (ZBO): de CCA. Dit orgaan zou volgens hem de wettelijke kerntaak moeten krijgen die nu feitelijk – maar volgens Roemer onwettig – door het CBR wordt uitgevoerd.
De beoogde taken van de CCA:
- het vaststellen van kaders voor rijonderwijs,
- kwaliteitsborging van opleidingen,
- en onafhankelijk toezicht op de sector.
Daarmee zou het CBR worden teruggebracht tot zijn kern: objectief examineren, zonder inhoudelijke invloed op hoe kandidaten worden opgeleid.
Herstel van vertrouwen en rolzuiverheid
De kern van Roemers betoog is rolzuiverheid. Een exameninstituut moet geen opleidingsregisseur zijn. Door beleid, opleiding en examinering strikt te scheiden, kan volgens hem het vertrouwen in het rijonderwijs worden hersteld en ontstaat er ruimte voor innovatie vanuit de branche zelf.
Het rapport Van rijles naar rijonderwijs is daarmee niet slechts een technische analyse, maar een fundamentele bestuurlijke kritiek. Roemer zet vraagtekens bij een systeem waarin één organisatie te veel macht heeft gekregen – zonder expliciete wettelijke basis.
Een ongemakkelijke boodschap
Voor het CBR is het rapport ongemakkelijk, voor rijopleiders herkenbaar. Roemer verwoordt wat in de branche al langer leeft: dat bemoeienis met de inhoud van rijopleidingen niet thuishoort bij een exameninstantie.
De centrale vraag die het rapport oproept, blijft actueel:
wie bepaalt het rijonderwijs in Nederland – en op grond van welk mandaat?
