De Twentse rijschoolhouder Erik Boensma voert al jaren een principiële strijd tegen het beleid van het CBR. Volgens Boensma is het huidige examensysteem niet alleen ondoorzichtig, maar vooral onrechtvaardig voor jongeren die geen gebruik kunnen of willen maken van een bij het CBR aangesloten rijschool. Zijn inzet: een eerlijke rechtspositie voor álle jongeren die hun rijbewijs willen halen.
bij de samenstelling van dit bericht is gebruik gemaakt van kunstmatige intelligentie (AI)
Sinds 2023 heeft het CBR, na aanhoudende verzoeken van de eigenaar van Verkeersschool Boensma op basis van de Wet open overheid (Woo), honderden interne documenten moeten openbaren. Het gaat om beleidsstukken, interne memo’s, e-mails en besluitvormingsdocumenten over wachttijden, capaciteitsproblemen, examenselectie en de positie van rijscholen. Volgens Boensma bevestigen deze stukken wat hij al jaren stelt: dat het CBR structureel beleid voert dat jongeren zonder ‘vaste’ rijschool benadeelt.
Inmiddels blijkt dat het CBR tegen alle wettelijke regels in meerdere WOO besluiten weer verwijderd heeft op haar website. Volgens journalisten is dat een teken dat men achteraf ontdekt heeft dat een deel van documenten belastend zijn voor het CBR. Het op een later moment verwijderen van WOO besluiten is wettelijk niet toegestaan.
[tekst gaat door onder link naar ander artikel]
Recht om zelf een examen aan te vragen
Een kernpunt in de strijd van Boensma is het recht van kandidaten om zelf, zonder tussenkomst van een bij het CBR ingeschreven rijschool, een praktijkexamen aan te vragen. In de huidige praktijk zijn jongeren vrijwel volledig afhankelijk van rijscholen voor toegang tot examenslots. Wie geen rijschool heeft, of wie door kosten, wachtlijsten of conflicten geen examen kan reserveren, komt feitelijk buitenspel te staan.
Boensma stelt dat dit in strijd is met fundamentele beginselen van gelijke behandeling. “Een examen is een publiekrechtelijke voorziening,” zegt hij. “Die mag niet afhankelijk zijn van een commerciële tussenpartij.”
Gelijke behandeling voor jongeren zonder rijschool
Volgens Boensma moeten jongeren die geen examen kunnen of willen reserveren via een rijschool — bijvoorbeeld omdat het te duur is — gelijk worden gesteld aan jongeren mét een rijschool. Concreet betekent dat volgens hem:
- dat zij begeleid mogen worden door een WRM-gecertificeerde instructeur, ook als die niet exclusief aan één rijschool verbonden is;
- dat zij dezelfde wachttijden hebben als kandidaten die via een rijschool boeken;
- dat zij vrij moeten kunnen wisselen van instructeur of begeleider, zonder hun plek in de wachtrij te verliezen.
Uit de openbaar gemaakte Woo-documenten blijkt volgens Boensma dat het CBR deze ongelijkheid kent, maar accepteert als ‘systeemgegeven’. “Dat is geen neutraal beleid,” stelt hij, “dat is een bewuste keuze met grote gevolgen voor jongeren.”
Strijd om rechtspositie, niet om marktbelang
Boensma benadrukt dat zijn strijd niet draait om concurrentie tussen rijscholen, maar om rechtsbescherming en toegankelijkheid. Juist jongeren zonder financieel vangnet — die geen dure lespakketten kunnen afnemen — worden volgens hem het hardst geraakt door het huidige systeem van examendistributie en wachttijden.
De kwestie raakt aan een bredere maatschappelijke discussie: in hoeverre mag toegang tot publieke voorzieningen feitelijk worden gefilterd via private partijen? Met zijn procedures, Woo-verzoeken en publieke optredens heeft Boensma die vraag nadrukkelijk op de agenda gezet.
Of zijn strijd zal leiden tot structurele beleidswijzigingen bij het CBR is nog onzeker. Duidelijk is wel dat de discussie over gelijke toegang tot rijexamens sinds de openbaarmaking van honderden documenten niet langer te negeren valt.


en kies daarna