NieuwsOnderzoek

VCBA: Directeur CBR faalde door te lang te wachten met ‘on-hold’ zetten van de Tussentijdse Toets

Uit de in januari gepubliceerde OPEN DATA van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) blijkt dat in 2025 aanzienlijk meer praktijkexamens voor rijbewijs B zijn afgenomen dan een jaar eerder. Volgens de Vereniging Consumentenbelang Autorijbewijs (VCBA) bevestigen deze cijfers dat politieke druk en bestuurlijke keuzes eindelijk hebben geleid tot een herprioritering van de kerntaken van het CBR.

In totaal werden in 2025 exact 503.508 examens voor productcode B afgenomen; het gaat dan om het praktijkexamen B en alle varianten daarop, dus ook herexamens, faalangst-examens en andere. In 2024 bleef de teller steken op 451.475. Het verschil van ruim 52.000 examens is aanzienlijk en komt niet uit de lucht vallen. Pas nadat de Tweede Kamer vragen stelde aan de minister – naar aanleiding van een brandbrief van de VCBA in september 2023 – kwam er onder dwang beweging in de door het CBR gecreëerde chaos.

Onder huidig directeur Jan Jurgen Huizing en zijn voormalig collega Alexander Pechtold werden bewust geen maatregelen genomen om de reserveringstermijnen weer op orde te brengen. Zowel in 2023 als en 2024 stuurde de CBR directie de minister opzettelijk met verkeerde informatie naar de Tweede Kamer, zodat het falend beleid niet aan het daglicht kwam.

Pas na aandringen van de vaste commissie Infrastructuur & Waterstaat en Kamerleden, onder wie Hidde Heutink (destijds Partij voor de Vrijheid, nu Groep Markuszower) kwam het CBR met het voorstel om dan toch maar de Tussentijdse Toets ‘on-hold’ te zetten. De eerste staafgrafiek laat zien dat deze ingreep direct effect had op de examenproductie.

Sterke afname van Tussentijdse Toetsen en RIS-deeltoetsen

Nog opvallender is de ontwikkeling bij de zogeheten Tussentijdse Toets (TTT) en RIS-deeltoets 2. In 2024 moesten examinatoren 111.565 van deze toetsen afnemen. In 2025 daalde dat aantal drastisch naar 33.361. De tweede staafgrafiek maakt deze afname in één oogopslag duidelijk.

Volgens de VCBA gaat het hier om producten die niet behoren tot de wettelijke kerntaken van het CBR. “Het CBR heeft geen taak in de rijopleiding zelf, terwijl deze producten overduidelijk als ’toets’ worden bestempeld. Het is niet eerlijk ten opzichte van jongeren die geen toets kunnen betalen of willen” stelt de vereniging. “Zowel de Tussentijdse Toets als de RIS-toets hadden daarom in 2022 – toen het CBR aangaf te kampen met zeer ernstige capaciteitsproblemen – per direct ‘on hold’ moeten worden gezet.” Door deze toetsen vanaf 1 april 2025 ‘on-hold’ te zetten, kwam er meer capaciteit vrij voor reguliere examens – precies waar kandidaten en rijscholen al jaren om vroegen.

Capaciteit terug naar de kern

De cijfers over 2025 laten zien wat er mogelijk is wanneer het CBR zich weer richt op zijn wettelijke opdracht: het afnemen van examens. Minder neventaken betekenden meer beschikbare examinatoren en kortere wachttijden. De vraag die nu resteert, is of deze lijn structureel wordt doorgezet – of dat oude patronen alsnog terugkeren. VCBA vreest dat laatste!

De voorzitter van de VCBA daarover:

“Wanneer Huizing en consorten die ‘on-hold’ maatregel in 2022 hadden genomen hadden honderdduizenden jongeren tussen de 16 en 21 jaar geen extra kosten hoeven maken omdat de lange wachttijden, tot wel 26 weken, te overbruggen. Jongeren hebben gemiddeld 500 euro extra moeten uitgeven aan rijlessen om die wachttijden te overbruggen. Nu blijkt dat binnen iets meer dan een half jaar het CBR binnen 4 tot 6 weken een praktijkexamen beschikbaar heeft. We hebben het dan toch minimaal over een kwart miljard aan maatschappelijke schade. Via de massaclaim die gepland staat voor 2028 willen wij proberen om de slachtoffers van dit falend beleid te compenseren’.

Het is niet de eerste keer dat uit onderzoek blijkt dat directeur Jan Jurgen Huizing faalt; uit een reportage van het BNN/VARA onderzoeksprogramma ZEMBLA bleek al in 2021 dan Huizing verantwoordelijk was voor de problemen die bijna 100.000 ouderen hadden, omdat het CBR niet in staat was om haar taken uit te voeren.