Onderzoek naar de voorgenomen maatregelen van IBKI, het CBR en topambtenaren van het ministerie om goede instructeurs te belonen, stuit op verzet binnen en buiten de rijschoolbranche. De Vereniging Consumentenbelang Autorijbewijs (VCBA) en het toekomstige verbond van WRM-instructeurs buigen zich over de rechtmatigheid van het meten van de kwaliteit en vooral over de objectiviteit daarvan.
‘Dat de rijopleiding in ons land een puinhoop is en dat er daarom maatregelen moeten worden genomen, is volgens onderzoek dat wij van 2022 tot 2025 hebben uitgevoerd, vooral gebaseerd op drijfzand. Het CBR-slagingspercentage is een van de graadmeters, maar daarvan is al gebleken dat dit percentage niet wetenschappelijk is onderbouwd en op grote schaal wordt gemanipuleerd. Natuurlijk zullen er instructeurs of rijscholen zijn die een zeer laag slagingspercentage hebben, maar dat kan ook worden veroorzaakt door het profiel van de klant, de leerling. In veel landen in de wereld wordt nu eenmaal anders gedacht over het autorijbewijs. Daarnaast zijn er ook leerlingen die veel moeite hebben met het nadenken over schakelen, verkeersinzicht en de theorie’, zegt de voorzitter van Consumentenbelang.
VCBA en de nieuwe organisatie voor WRM-instructeurs stellen dat WRM-instructeurs en rijscholen onafhankelijk moeten kunnen blijven lesgeven. De ambtelijke top, het CBR en IBKI zetten daarentegen juist volop in op een door de overheid gecontroleerde rijopleiding.
‘Rijscholen die graag meewerken aan toezicht en toenemende regelgeving vanuit de overheid, zijn daar vrij in. Dat is een eigen keuze. Maar instructeurs en rijscholen die niet langer afhankelijk willen zijn van regels en ‘wetten’ van het CBR, moeten zich nu en in de toekomst kunnen uitschrijven bij het CBR, zonder dat dit gevolgen heeft voor hun bedrijfsvoering. Ingeschreven rijscholen vrezen dat het uitschrijven van hun rijschool bij het CBR ernstige consequenties zal hebben. Die angst is terecht, want het is algemeen bekend dat een deel van de examinatoren een examenkandidaat anders beoordeelt wanneer deze door een WRM-instructeur van een onafhankelijke opleider naar het praktijkexamen wordt gebracht’, aldus VCBA.
VCBA wijst erop dat de Tweede Kamer in aanloop naar het Nationaal Leerplan Rijopleiding B verkeerd is geïnformeerd en zal zich samen met andere organisaties inspannen om de wetswijziging tegen te houden.
‘Wij zijn ervan overtuigd dat IBKI, het CBR én het ministerie op geen enkele wijze tot een objectieve kwaliteitsmeting kunnen komen zonder de AVG-wetgeving ten aanzien van WRM-instructeurs en leerlingen te schenden. Daarnaast is het maar de vraag of in toekomstige rijopleidingen de volledige rijopleiding door één en dezelfde instructeur wordt gegeven. Bovendien is juist door de keuzes van het CBR de verantwoordelijkheid voor de theoretische scholing weggehaald bij de eigen rijschool of instructeur. Het CBR heeft na 2019 de deuren wagenwijd geopend voor eendaagse theorieopleiders. Dan is het een illusie om de prestaties van examenkandidaten volledig bij de ‘vaste’ WRM-instructeur neer te leggen.’
