Nieuws

Rijlessen naar 75 euro per uur? Wordt het rijbewijs een luxeproduct?

Voor veel jongeren tussen de 16 en 21 jaar dreigt het autorijbewijs onbereikbaar te worden. Met een steeds vaker genoemde ‘gezonde lesprijs’ van 75 euro per uur lopen de kosten van een rijopleiding snel op. Wie het rijbewijs wil halen, heeft gemiddeld minimaal 40 uur rijles nodig. Dat betekent alleen al 3.000 euro aan lessen, nog los van examen- en legeskosten.

Voor theorie-examen, praktijkexamen, eventuele herexamens en gezondheidsverklaringen moeten kandidaten rekenen op minstens 500 euro, in de praktijk vaak meer omdat veel leerlingen de Tussentijdse Toets wordt ‘opgedrongen’. De totale rekening voor een rijbewijs loopt daarmee al snel op tot 4.000 à 4.500 euro. Zeker als door overschrijding van de kpi [de maximale wachttijd voor het eerste praktijkexamen, red.] extra rijlessen moeten worden gekocht om die onnodige wachttijd te overbruggen.

Een KPI is een meetbare norm waarmee het CBR (en de overheid die toezicht houdt) beoordeelt of de organisatie haar prestaties haalt. Bij wachttijden gaat het dus om afgesproken maximale termijnen waarbinnen kandidaten een examen moeten kunnen doen.

De KPI bij de wachttijden van 7 weken is de officiële maatlat waarmee wordt vastgesteld of het CBR burgers tijdig bedient — en dus of het systeem functioneert zoals beloofd.

Zonder familie of werkgever: een gesloten systeem

Voor jongeren die financieel worden ondersteund door ouders of een werkgever zijn deze bedragen nog enigszins op te brengen. Maar voor wie die steun niet heeft — zoals jongeren uit gezinnen met lage inkomens, jongeren in de jeugdzorg, studenten zonder bijbaan of jongeren met flexwerk — vormt de rijopleiding een vrijwel onneembare horde.

Een eenvoudige rekensom maakt het probleem zichtbaar. Een jongere met een bijbaan verdient vaak tussen de 8 en 12 euro per uur. Om alleen al de rijlessen te betalen, moet hij of zij 300 tot 400 uur werken, nog zonder rekening te houden met huur, studie, zorgverzekering of levensonderhoud. Sparen wordt in die situatie eerder een theoretisch concept dan een realistische mogelijkheid.

Mobiliteit als luxeproduct

Het rijbewijs was lange tijd een vanzelfsprekende stap richting zelfstandigheid. Tegenwoordig dreigt het te veranderen in een luxeproduct. Juist in regio’s met beperkt openbaar vervoer kan het ontbreken van een rijbewijs directe gevolgen hebben voor toegang tot werk, stages en opleidingen. De hogere lesprijzen versterken zo bestaande sociale ongelijkheid.

Rijscholen wijzen erop dat de prijs van 75 euro per uur nodig is om professioneel en verantwoord te kunnen werken, onder meer door hogere brandstofkosten, verzekeringen en administratieve lasten. Die realiteit botst echter met de betaalbaarheid voor jongeren, waardoor een structureel spanningsveld ontstaat tussen kwaliteit en toegankelijkheid.

De vraag die blijft liggen

Het gevolg is een systeem waarin jongeren zonder financieel vangnet structureel achterblijven. Zij moeten ofwel jarenlang sparen, schulden aangaan, of afzien van een rijbewijs. De vraag die steeds luider klinkt, is of mobiliteit — en daarmee maatschappelijke participatie — nog wel voldoende bereikbaar is voor iedereen.

Zolang er geen structurele oplossingen komen, zoals gespreide betaling, publieke ondersteuning of alternatieve opleidingsvormen, blijft het rijbewijs voor een groeiende groep jongeren geen opstap naar vrijheid, maar een symbool van uitsluiting.

Snelkoppeling op je beginscherm?

Installeer
×
Wil je meldingen ontvangen? OK Nee, bedankt