José is al jaren rijinstructrice in het Noorden van het land. Ze staat bekend om haar duidelijke aanpak en pleit al langer voor gelijke behandeling van leerlingen. Met de herinvoering van de tussentijdse toets (TTT) bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen luidt zij nu de noodklok richting collega-rijscholen.
José, jij adviseert collega’s om te stoppen met de tussentijdse toets. Waarom?
“De belangrijkste reden is simpel: de kosten voor leerlingen lopen onnodig hoog op. Een tussentijdse toets kost inmiddels gemiddeld rond de 300 euro. Dat is een enorm bedrag, zeker voor jongeren. Als je als rijschool een goede en gestructureerde opleiding verzorgt, is zo’n toets feitelijk niet nodig.”
Voorstanders zeggen dat de TTT helpt om beter voorbereid examen te doen.
“Dat klinkt logisch, maar in de praktijk valt dat tegen. Een goede rijopleiding is de voorbereiding. We deden de TTT de laatste jaren vooral nog vanwege de vrijstelling voor de Bijzondere Verrichtingen. Maar als je daar eerlijk over nadenkt, is dat eigenlijk heel oneerlijk. Wie die 300 euro kan betalen, kan zich een voordeeltje verschaffen. Leerlingen die dat bedrag niet willen of kunnen uitgeven, beginnen dus met een achterstand. Als overheid moet je toch iedereen gelijk behandelen? Hier maak je onnodig een onderscheid tussen arm en rijk. Stel dat je dit in het reguliere middelbare of hoger onderwijs zou doen; je kunt een vrijstelling krijgen als je voor je echte examen een tussentijds examen van 1000 euro koopt. Dan zou de Tweede Kamer een extra debat willen! Toch? Het is volgens mij strijdig met artikel 1 van onze grondwet”
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
Je maakt je ook zorgen over de wachttijden.
“Zeker. Het zou mij niet verbazen als door de herinvoering van de tussentijdse toets de wachttijden weer oplopen naar 12 tot 20 weken. Dat hebben we eerder gezien. Dat moeten we als rijscholen echt niet willen. Examenplekken zijn schaars en die moeten we gebruiken waar ze wettelijk voor bedoeld zijn: echte examens.”
Consumentenorganisaties en de politiek stellen inmiddels vragen.
“En terecht. Ik begrijp heel goed dat de Tweede Kamer en organisaties zoals de Consumentenbond kritische vragen stellen. Waarom gebruikt het CBR jaarlijks zo’n 100.000 examenplekken voor een service waarvoor ze geen wettelijk mandaat hebben? Dat zouden wij als branche toch ook zelf kunnen organiseren, bijvoorbeeld via een collegiale toets tussen rijscholen.”
Er wordt zelfs gesproken over klachten bij toezichthouders.
“Ja, mij is verteld dat er klachten zijn ingediend bij de Autoriteit Consument & Markt. Het gaat dan om meerdere punten: het CBR-slagingspercentage dat misleidend kan zijn, de TTT die vooral leerlingen bevoordeelt die het kunnen betalen, en het beslag op schaarse examencapaciteit. Ook hoor en lees ik dat de RIS-opleiding juridisch gezien problematisch zou zijn. Dat zijn serieuze signalen.”
Wat is volgens jou de oplossing?
“Stoppen met de tussentijdse toets. Behandel alle leerlingen gelijk. Het is toch geen schande als iemand één, twee of zelfs drie keer zakt? Waarom leggen we al die druk bij jongeren neer? Dat komt vooral doordat het CBR-slagingspercentage wordt gezien als kwaliteitsmeter, terwijl vrijwel iedereen weet hoe eenvoudig dat percentage te manipuleren is.”
Tot slot, jouw boodschap aan collega-rijscholen?
“Neem als branche verantwoordelijkheid. Laten we stoppen met de TTT en kiezen voor kwaliteit in de opleiding zelf. Dat is eerlijker, betaalbaarder en uiteindelijk beter voor leerlingen én voor de doorstroming bij de examens.”

en kies daarna