Het rijbewijs wordt een luxeproduct: de generatie van na 2030 stelt de rijopleiding uit

Leestijd: 4 minuten

Voor de komende generatie jongeren wordt het behalen van een rijbewijs steeds minder vanzelfsprekend. De hoge kosten van rijlessen, de jaarlijks stijgende tarieven van het CBR en de torenhoge verzekeringspremies maken autorijden voor veel jongeren financieel onaantrekkelijk. Tel daarbij op dat de handgeschakelde auto langzaam uit het straatbeeld verdwijnt en het is niet moeilijk te voorspellen dat de twaalfjarigen van nu straks andere keuzes gaan maken.

Er was een tijd waarin het behalen van een rijbewijs rond het achttiende levensjaar min of meer vanzelfsprekend was. Jongeren wilden zelfstandig naar school, hun eerste baan bereiken of met vrienden op pad. Ouders spaarden mee, jongeren namen een bijbaantje en het rijbewijs gold als een belangrijke stap naar volwassenheid.

Maar die vanzelfsprekendheid staat onder druk.

Wie tegenwoordig een rijbewijs wil behalen, moet rekening houden met een bedrag van bijna 4.000 euro voor de rijopleiding en de bijbehorende kosten bij het CBR. En dan hebben we het nog niet eens over de aanschaf van een auto, de brandstof, het onderhoud en de verzekering. Vooral die laatste kostenpost kan voor jonge bestuurders een flinke financiële tegenvaller worden. Verzekeraars rekenen jongeren vanwege hun beperkte rijervaring en het hogere risico vaak hoge premies.

Voor veel gezinnen is dat bedrag simpelweg niet op te brengen. En voor jongeren die hun eigen geld verdienen, dringt zich een andere vraag op: waarom zou je duizenden euro’s uitgeven aan een rijbewijs als je dat geld ook aan andere zaken kunt besteden?

Andere prioriteiten

De jeugd van tegenwoordig maakt andere afwegingen dan de generatie die zonder veel nadenken aan een rijopleiding begon. Merkkleding, dure mobiele telefoons, festivals, uitgaan en sociale activiteiten spelen een belangrijke rol in het leven van veel jongeren. Dat zijn geen onbegrijpelijke keuzes. Wie twaalf of zestien jaar oud is, leeft in het hier en nu en wil meedoen met vrienden.

Een nieuwe telefoon of een duur kledingstuk levert bovendien direct plezier en sociale waardering op. Een rijbewijs kost duizenden euro’s voordat het iets oplevert. En wie vervolgens geen auto kan betalen of zich blauw betaalt aan de verzekering, vraagt zich terecht af wat de investering eigenlijk waard is.

Het is daarom te gemakkelijk om te stellen dat jongeren maar moeten sparen of meer moeten werken. Het gaat niet alleen om hun bereidheid om geld opzij te zetten, maar ook om de verhouding tussen hun inkomen, de kosten van de rijopleiding en de prijs van mobiliteit daarna.

De auto verandert, de rijopleiding ook

Daar komt een tweede ontwikkeling bij: de verwachte verdere afname van het aantal nieuwe handgeschakelde personenauto’s. Elektrische auto’s en andere geëlektrificeerde voertuigen spelen een steeds grotere rol op de automarkt. Veel daarvan hebben geen traditionele handgeschakelde versnellingsbak.

Dat roept een belangrijke vraag op over de toekomst van de rijopleiding. Hoe lang blijft het voor jongeren noodzakelijk om met een handgeschakelde auto te leren rijden als het aanbod van dergelijke auto’s verder afneemt? En welke meerwaarde ervaren zij nog van een opleiding die duur is, terwijl hun uiteindelijke mobiliteitsbehoefte mogelijk heel anders is?

De ontwikkeling zal niet van de ene op de andere dag plaatsvinden. Ook na 2030 zullen handgeschakelde auto’s nog op de weg te vinden zijn. Maar als het aandeel ervan verder terugloopt, kan dat wel degelijk invloed hebben op de keuzes van toekomstige leerlingen, rijscholen en opleiders.

De twaalfjarigen van nu denken straks anders

Juist bij de generatie die nu twaalf jaar oud is en na 2030 de leeftijd bereikt waarop een rijopleiding in beeld komt, kunnen deze ontwikkelingen samenkomen. Zij groeien op in een wereld waarin digitale mobiliteit, openbaar vervoer, fietsen en elektrische voertuigen een steeds grotere rol spelen. Voor hen hoeft het rijbewijs niet langer op hun achttiende verjaardag bovenaan het verlanglijstje te staan.

Misschien stellen zij de rijopleiding uit tot hun eerste vaste baan. Misschien wachten zij tot een werkgever een rijbewijs noodzakelijk maakt. Anderen kiezen ervoor helemaal geen rijbewijs te halen zolang hun dagelijkse leven ook zonder auto kan worden ingericht.

Dat kan gevolgen hebben voor de rijschoolbranche, maar ook voor de bereikbaarheid van werk en onderwijs, vooral in gebieden waar het openbaar vervoer beperkt is. Wie pas op latere leeftijd besluit een rijbewijs te halen, doet dat mogelijk vanuit een concrete noodzaak in plaats van vanuit een persoonlijke wens.

Wie betaalt de rekening?

De ontwikkeling vraagt om een serieuze discussie over de betaalbaarheid van de rijopleiding. Hoe zijn de kosten opgebouwd? Welke rol spelen de tarieven van het CBR, de lesprijzen en het aantal benodigde rijlessen? En hoe voorkomen we dat het rijbewijs een privilege wordt voor jongeren met vermogende ouders?

Ook het CBR zal moeten nadenken over de gevolgen van deze maatschappelijke verandering. Een rijbewijs is niet alleen een commercieel product van rijscholen, maar voor veel mensen ook een voorwaarde om volwaardig aan de samenleving te kunnen deelnemen. Dat maakt het des te belangrijker dat de kosten beheersbaar blijven en dat kandidaten niet onnodig lang of vaak hoeven te betalen voor hun examenproces.

De oplossing ligt niet in het opleggen van de verplichting aan jongeren om hun prioriteiten te veranderen. Zij maken keuzes binnen de financiële werkelijkheid waarin ze opgroeien. Wie wil dat jongeren veilig en zelfstandig leren deelnemen aan het verkeer, moet ervoor zorgen dat de opleiding financieel bereikbaar blijft.

Na 2030 kan het rijbewijs daardoor verschuiven van een vanzelfsprekende stap naar volwassenheid naar een dure investering die jongeren pas doen wanneer ze er echt niet meer omheen kunnen. De vraag is niet of jongeren nog zelfstandig willen zijn. De vraag is of zij het rijbewijs tegen die tijd nog kunnen én willen betalen.