“Ik wil geen relatie met het CBR, omdat ik ervan overtuigd ben dat het CBR-slagingspercentage wordt misbruikt om WRM-instructeurs en rijscholen in een angstcultuur te laten functioneren en zich te voegen naar wat examinatoren willen. Een klacht indienen tegen een examinator heeft volgens mij nauwelijks zin. Het risico bestaat dat dit direct gevolgen heeft voor het aantal kandidaten dat vervolgens zakt”, zegt de Haagse rijschoolhouder Raymond.
“Ik verwijs mijn leerlingen naar de papieraanvraag op CBR.nl. Voor wie dat wil, kan ik tegen een extra bedrag van €50 een praktijkexamen laten reserveren via een Rijschool Administratie Kantoor. Ik heb bewust geen eigen inschrijving bij het CBR. Daardoor heb ik ook geen waarborgsom aan het CBR hoeven over te maken en geen contract met het CBR hoeven tekenen. Bij Rijschool L krijg ik gratis een login voor het CBR opleidersportaal en kan ik, als ik dat wil, zelf reserveren. De financiele afwikkeling doe ik met Rijschool L achteraf. Zij rekenen daar een opslag voor, maar dat is prima. Als er problemen zijn dan neemt Rijschool L contact op met het CBR. Dat scheelt mij veel tijd en ergernis. Ik kan lekker focussen op rijlessen geven in plaats van aan de telefoon bungelen met het CBR”
“Ik vind dat een praktijkexamen een zaak is tussen de overheid, in dit geval het CBR, en mijn klant. Ik wil daar geen verantwoordelijkheid voor dragen. Ik geef inmiddels twintig jaar rijles en heb meegemaakt dat het theoriedeel steeds verder buiten de invloedssfeer van de rijschool is komen te liggen. Het CBR heeft de markt voor eendaagse theorieopleidingen alle ruimte gegeven. Toen in 2019 en 2020 mijn leerlingen bij mij wel tot 10 weken moesten wachten op een theorieexamen konden ze bij TurboTheorie of NuTheorie al binnen een week een theorieexamen reserveren. Hoe kan ik eindverantwoordelijk worden gehouden voor het resultaat van het praktijkexamen als het CBR mij de kans ontneemt om mijn leerlingen te dwingen om de theorie goed te leren in plaats van via een eendaagse stoomcursus? En dan zou ik worden afgerekend op het slagingspercentage…?”
Niet iedere WRM-instructeur in Nederland heeft behoefte aan een directe relatie met het CBR. Daarvoor worden verschillende redenen genoemd. Sommigen hebben weinig vertrouwen in de overheid, anderen zeggen een angstcultuur rond het CBR te ervaren en weer anderen vinden dat het CBR zich niet met de inhoud van de rijopleiding op rijopleidingsmethode mag bemoeien.
Juist dat laatste is al jarenlang onderwerp van discussie. De Vereniging Consumentenbelang Autorijbewijs (VCBA) stelt dat het CBR geen wettelijk mandaat heeft om zich met de rijopleiding te bemoeien. Toch heeft het CBR zelf de Rijopleiding In Stappen (RIS) ontwikkeld, geëxploiteerd en bevoordeeld het CBR de aangesloten RIS instructeurs op meerdere fronten. Die betalen er jaarlijks een bedrag voor aan het CBR. Volgens critici staat dat op gespannen voet met eerdere juridische advisering van de landsadvocaat, waarin wordt gesteld dat het CBR zich niet met de rijopleiding mag bezighouden, zoals in de wet is bepaald.
Ook in de plannen rond het Nationaal Leerplan Rijopleiding wordt RIS genoemd. Critici vrezen dat deze methode uiteindelijk een veel grotere, mogelijk verplichte rol binnen de rijopleiding krijgt.


