COLUMN | Kijk bij faillissement, zoals bij Bruinsma, eens wat verder dan de gevolgen voor de con-collega’s….

Jongeren raken op slag al hun zuurverdiende spaargeld kwijt als ze het volledige lespakket of termijn daarvan al hebben betaald!

Leestijd: 3 minuten

door: Henrie Kamps, voorzitter VCBA

Henrie Kamps is voormalig rijschoolhouder en deed onderzoek naar misstanden binnen het CBR. Jarenlang werd hij net als eerdere klokkenluiders door het CBR geïntimideerd en gecriminaliseerd. Vanaf 1 juli 2026 is hij voorzitter van de Vereniging Consumentenbelang Autorijbewijs (VCBA). 

Natuurlijk, een faillissement van een rijschool is altijd iets verschrikkelijks voor de con-collega’s. Daar hoeft geen misverstand over te bestaan. Maar wat ik vaak wel mis, is de empathie voor de veelal jonge leerlingen die vele uren weekendwerk hebben moeten verrichten of jarenlang hebben gespaard om bij de gefailleerde rijschool het lespakket ineens of in termijnen vooraf te betalen.

De con-collega’s vinden over het algemeen redelijk snel een nieuwe baan, want er is nog steeds een tekort aan WRM-instructeurs. Maar die jonge consumenten – u weet zelf dat ze vaak tussen de 17 en 21 jaar zijn – kunnen standaard fluiten naar hun centen.

Zo ook bij de Eibergse rijopleider Hartemink, die onlangs opnieuw in het nieuws kwam vanwege de tragische gebeurtenissen rond een dodelijk ongeval met een touringcar in Zwitserland. Je gunt het niemand. Maar in tegenstelling van bij het failliet van de Hartemink rijschool ging dit keer terecht alle aandacht en zorg wel uit naar de slachtoffers en terecht!

Dezelfde eigenaar, of althans de holding van de eigenaar, speelde in het voorjaar van 2025 een nogal onverkwikkelijke rol toen hij hoogstpersoonlijk het (voormalige ANWB )Hartemink Rijopleiding B.V. het faillissement in stuurde. Veertig jongeren raakten daarbij hun al reeds overgemaakte lesgelden op slag kwijt. Sommigen zelfs meer dan € 1.500.

Bij mijn onderzoek naar dit faillissement werd duidelijk dat Hartemink niet één, maar twee B.V.’s had ingeschreven bij het CBR onder de categorie Auto. Onder beide inschrijvingen reserveerde Hartemink honderden praktijkexamens en tussentijdse toetsen. Dat opmerkelijke fenomeen ligt nu bij de Autoriteit Consument & Markt, omdat met instemming van het CBR door die tweede inschrijving het CBR slagingspercentage mogelijk werd gemanipuleerd of de forse winstmarge van praktijkexamens en tussentijdse toetsen buiten de failliete BV werden ‘gesluist’.

Ik heb tijdens het VCBA onderzoek bij CBR examencentra in Twente tot vlak voor het faillissement alleen maar lesauto’s waargenomen met de kenmerkende ANWB beplakking en dito dakborden.

Uit het onderzoek van de curator blijkt dat deze ruim een jaar na het faillissement stuitte op zogenaamde paulianeuze handelingen. Voor wie dat niet weet: daarmee wordt bedoeld dat er kort voor het faillissement geld of goederen aan de boedel zijn onttrokken, waardoor schuldeisers zijn benadeeld. Zeker de jongeren die hun spaargeld kwijtraakten.

Om welk bedrag het precies ging, is niet duidelijk, maar duidelijk is wel dat de kwestie uiteindelijk met toestemming van de rechter door de curator werd geschikt voor € 12.000. Zo kon in ieder geval dat factuur van de curator van ruim 35.000 euro worden betaald.

Ik heb mij destijds persoonlijk ingespannen om voor de jonge consumenten zogenaamde coulancebetalingen los te peuteren bij de ANWB-franchiseorganisatie. Het kwam mij, zoals dat bij grote instanties zoals het CBR en dus ook de ANWB vaker werkt, bijna te staan op weer een rechtszaak. Toch vergoedde de ANWB binnen een week 50% van de financiële schade van een deel van de leerlingen van Hartemink.

Als buitenstaander, die zich al jaren inspant om voor jongeren – zowel bij het CBR als bij een deel van de (vooral) grote opleiders – te strijden voor een eerlijke, betaalbare rijopleiding durf ik gerust te stellen dat Hartemink vóór het faillissement, of via die andere rijschool-B.V., de gedupeerde jongeren schadeloos had kunnen stellen. Dat geld was er zeker wel in de holding!

Anno nu zie ik nog steeds enkele lesauto’s naast het bedrijfspand van Hartemink staan. Waarom bood de eigenaar de gedupeerde jongeren geen vervangende rijlessen aan in die tweede BV? De tweede rijschool was immers niet failliet en de holding beschikte nog over lesauto’s. Men had enkele zzp-ers kunnen inhuren: daar zijn er genoeg en goede van in de regio.

Waarom heeft Hartemink de (mogelijke) gelden die men intern ‘wegsluisde’, niet gebruikt om op het laatst lespakketten terug te betalen aan jongeren die niet met een gouden lepel in de mond zijn geboren? Jonge klanten die zelf iedere euro voor hun rijbewijs bij elkaar moeten sparen door voor vijf, zes of hooguit zeven euro per uur in de supermarkt weekend- en vakantiewerk te doen.

Ook ik leef mee met het personeel van failliete rijscholen. Maar iets meer medeleven voor de jonge klanten zou zeker ook op zijn plaats zijn bij de reacties die con-collega’s plaatsen op de Facebook-pagina van Rij-instructie.nl.