WRM-instructeurs krijgen vanaf volgend jaar voor het eerst een eigen vakbond die zich uitsluitend richt op hun persoonlijke belangen. Dankzij een donatie van €50.000 kunnen de initiatiefnemers de plannen de komende zes maanden verder uitwerken. Daarbij wordt onderzocht of de vakbond onder de vlag van de FNV wordt opgericht of als zelfstandige organisatie start.
De initiatiefnemers zien de noodzaak groeien door de plannen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor een nieuwe rijopleiding. Zij vrezen dat duizenden instructeurs daardoor hun zelfstandige positie of erkenning kunnen verliezen.
„Het grote voordeel van een eigen vakbond is dat politiek en werkgevers mogelijk sneller naar onze eisen zullen luisteren dan naar die van een brancheorganisatie. Een vakbond beschikt over middelen als collectieve actie en staking.
Het CBR heeft geen zeggenschap over de vakbond of haar leden. Omdat het CBR geen werkgever van de rijinstructeurs is, is het geen partij bij de arbeidsverhoudingen tussen WRM instructeurs en hun werkgevers. Ook de rechten van WRM instructeurs met een eenmanszaak of zzp-ers kunnen beter worden verdedigd door de vakbond. Tegelijkertijd kan het CBR wel degelijk door acties worden geraakt, bijvoorbeeld wanneer instructeurs collectief besluiten bepaalde werkzaamheden of diensten niet uit te voeren. Zo kunnen ze collectief eisen dat het CBR een aansprakelijkheidstelling tekent voor ieder praktijkexamen, waarbij het CBR eist dat een instructeur het tweede gaspedaal loskoppelt.”
Het CBR dreigt na 2028 duizenden WRM-instructeurs werkloos te maken als het Nationaal Leerplan Rijopleiding wordt aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer. Wanneer WRM-instructeurs of hun rijscholen niet door het CBR worden ‘erkend’ of niet bereid zijn duizenden euro’s te betalen om RIS-gecertificeerd te worden, worden ze brodeloos”, zegt een van de initiatiefnemers.
Recente faillissementen van grote werkgevers in de branche, zoals Bruinsma Verkeersopleidingen en het voormalige ANWB Hartemink (2025), hebben geleid tot onvrede onder WRM-instructeurs. Zo waren het volgens de initiatiefnemers deels de WRM-instructeurs die het faillissement van Hartemink inluidden, omdat zij achterstallig salaris opeisten.
„Wij kiezen er bewust voor om op te komen voor individuele WRM-instructeurs en niet de werkgevers. Dat zijn zowel WRM-instructeurs met een eenmanszaak, de zzp’ers, als zeker ook de WRM-instructeurs die een werkgever hebben. Voor de werkgevers, de rijscholen, is de BOVAG er al. Die vertegenwoordigt overigens maar een kleine 150 rijscholen. BOVAG is er niet voor de belangen van instructeurs, maar voor de bedrijven waar WRM-instructeurs in loondienst zijn.
Ook de Koepel Rijopleiding en Verkeersveiligheid (KRV) vertegenwoordigt naar niet de belangen van WRM instructeurs. Bij de KRV zijn helemaal geen WRM-instructeurs aangesloten, slechts een handjevol brancheorganisaties. En ook die komen alleen maar op voor de belangen van de rijscholen, niet van de instructeurs die er werken. Niemand spreekt namens de bijna 15.000 WRM-ers”
Volgens de initiatiefnemers zijn eerdere pogingen niet van de grond gekomen. „Tien jaar geleden waren er al plannen voor een vakbond. Dat was een initiatief van het CNV. Kennelijk is daar nooit iets mee gebeurd, of was er onvoldoende belangstelling. Wel zijn er bijna 100 leden van de CNV doorgestuurd naar LBKR. Maar dat is niets op de 15.000 WRM-instructeurs die er volgens IBKI zijn.”
De ambitie is duidelijk: in 2029 wil de vakbond 2.500 leden hebben. „Wij willen knokken voor de rechten van bijna 15.000 WRM-instructeurs. Zij verdienen eindelijk een eigen stem aan de onderhandelingstafel, een goed salaris en goede secundaire arbeidsvoorwaarden en een toekomst. De tijd is er rijp voor, nu de dreiging vanuit het Nationaal Leerplan Rijopleiding toeneemt en mogelijk tienduizend instructeurs buiten de boot van die plannen vallen.”
De vakbond gaat zich vestigen in Utrecht.






