
Nanouke van ’t Riet noemt zichzelf in een recent interview met Rij-instructie een ‘verbinder pur sang’. Een mooie kwalificatie. Zeker voor de algemeen directeur van een organisatie als het CBR, die dagelijks te maken heeft met honderdduizenden kandidaten, rijschoolhouders, rijinstructeurs en belangenorganisaties. Maar juist daarom roept die zelftypering vragen op.
Want wie zichzelf een verbinder noemt, moet natuurlijk ook bereid zijn om verbinding te zoeken met mensen die kritiek hebben op de organisatie die hij of zij leidt. En daar wringt de schoen.
Uit journalistiek onderzoek en eerder gepubliceerde correspondentie komt een heel ander beeld naar voren. Volgens die berichtgeving heeft Van ’t Riet meermaals geweigerd een persoonlijk gesprek aan te gaan met klokkenluider Henrie Kamps, die al jaren ernstige kritiek uit op het functioneren van het CBR. Dat betekent niet dat een bestuurder iedere criticus persoonlijk te woord moet staan. Maar wanneer iemand zichzelf nadrukkelijk presenteert als ‘verbinder pur sang’, mag je op zijn minst verwachten dat zij kan uitleggen waarom verbinding in sommige gevallen blijkbaar niet nodig wordt gevonden.
Nog opmerkelijker is de kwestie rond voormalig rijschoolhouder Kris Kalloe. Kalloe stuurde Van ’t Riet kort na haar aantreden een persoonlijke noodkreet over het volgens hem onveilig onklaar maken van het gaspedaal van de dubbele bediening tijdens CBR-praktijkexamens. Volgens Kalloe bleef een inhoudelijke reactie aanvankelijk uit.

Dat is op zijn minst opmerkelijk voor iemand met een achtergrond bij de Nederlandse Spoorwegen, waar veiligheid vanzelfsprekend een kernbegrip is.
En dan is er Zuid-Limburg. Meer dan honderd rijschoolhouders hebben zich verzet tegen het besluit om de praktijkexamens in Maastricht, Kerkrade en Urmond te concentreren in Sittard-Geleen. De Tweede Kamer stelde er vragen over. De minister bevestigde dat het CBR uiteindelijk vasthoudt aan de centralisatie, terwijl rijschoolhouders zeggen dat gesprekken niets aan het besluit hebben veranderd.
Van ’t Riet mag uiteraard besluiten nemen. Een directeur hoeft niet iedere wens van een belangenorganisatie over te nemen. Maar verbinden betekent méér dan vriendelijk luisteren, begrip tonen en vervolgens hetzelfde besluit uitvoeren.
Het betekent ook durven zeggen: misschien hebben jullie gelijk.
Dat is iets anders dan een charme-offensief met een interview bij een vakblad. Zeker wanneer dat interview vooral het beeld bevestigt van een toegankelijke, empathische bestuurder, terwijl buiten de interviewsetting kritische burgers en professionals juist ervaren dat de deur gesloten blijft.
Van ’t Riet heeft daarom een veel belangrijkere taak dan zichzelf presenteren als ‘verbinder pur sang’. Ze zou er verstandig aan doen eens professioneel naar zichzelf en haar organisatie te kijken.
Niet naar het imago.
Niet naar de mooie woorden.
Maar naar de vraag waarom mensen die het CBR kritisch aanspreken zo vaak het gevoel krijgen dat er helemaal geen verbinding tot stand komt.
Zelfreflectie dus. Geen charme-offensief. Want een echte verbinder hoeft zichzelf die titel niet te geven. Die blijkt vanzelf uit zijn of – zoals in dit geval haar – handelen.






