Tijdens een bijeenkomst in het NBC Congrescentrum in Nieuwegein kwamen op maandag 12 oktober ruim 700 belangstellenden bijeen om te horen welke richting de herziening van de Wet rijonderricht motorrijtuigen (WRM) opgaat. Wat begon als een kleinschalige informatiebijeenkomst van De Verkeersacademie, groeide uit tot een grote branchebijeenkomst.
bij het schrijven van dit artikel is gebruik gemaakt van AI
Van controle naar ontwikkeling
Directeur Gijs Kantelberg van De Verkeersacademie pleitte voor een benadering waarin het verbeteren van de instructeur centraal staat. Volgens hem moeten aanvullende examens en verplichte praktijkbegeleiding niet automatisch worden beschouwd als bewijs van professionalisering. Voortdurende ontwikkeling van vakkennis en didactische vaardigheden verdient volgens hem meer aandacht.
Daarbij hoort ook een hogere kwaliteitsstandaard voor opleiders. Kantelberg vindt bovendien dat onbevoegd rijles geven serieus moet worden aangepakt. Alleen administratief optreden is volgens hem onvoldoende tegenover instructeurs die wel aan de opleidingseisen voldoen.
Ook vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wordt gewerkt aan een nieuw stelsel. Programmamanager Jarno Deen lichtte toe hoe eerdere initiatieven en de aanbevelingen uit het rapport-Roemer hebben geleid tot het huidige verandertraject. Vier onderdelen staan daarbij centraal: de rijopleiding, het examen, de rijschool en de instructeur.
Het Nationaal Leerplan Rijopleiding B moet leerlingen stapsgewijs voorbereiden op zelfstandig en veilig rijden. Andere onderdelen zijn een betere aansluiting tussen theorie en praktijk, tussentijdse toetsmomenten en een vernieuwde opleiding en begeleiding voor instructeurs. De invoering wordt voorbereid met betrokken partijen uit de sector. De daadwerkelijke implementatie is voorzien voor 2029.
CBR wil meer inzicht in de ontwikkeling van leerlingen
CBR-directeur Nanouke van ’t Riet benadrukte dat de rijopleiding alleen kan verbeteren wanneer alle betrokken partijen samenwerken. Daarbij moet de kandidaat volgens haar in de hele opleidingsketen centraal staan. Ze erkende tegelijkertijd dat veranderingen weerstand kunnen oproepen en dat open communicatie nodig is om misverstanden te voorkomen.
Projectleider Eric van Ooijen presenteerde vervolgens de aangepaste tussentijdse praktijktoets die binnen de pilot wordt ontwikkeld. Anders dan bij een beoordeling die hoofdzakelijk met cijfers werkt, krijgen zelfreflectie, feedback en competentiegericht leren een prominentere plaats.
De beoordeling richt zich onder meer op voertuigbeheersing, verkeersveiligheid, doorstroming, sociaal rijgedrag en milieubewust rijden. Een nieuw reflectieformulier moet inzichtelijk maken hoe de leerling tijdens de rit heeft gehandeld en waar verdere ontwikkeling nodig is.
Het beoogde resultaat is een leerproces waarin de instructeur meer als coach optreedt en de leerling zelf nadrukkelijker verantwoordelijkheid neemt voor zijn ontwikkeling.
Slagingspercentages en toezicht worden belangrijker
BOVAG-vertegenwoordiger Herme Bruin stelde dat vakmanschap meer moet opleveren dan alleen een goede reputatie. Volgens hem bestaan er verschillen in prestaties tussen rijscholen die onvoldoende zichtbaar worden gecorrigeerd. Het nieuwe leerplan moet bijdragen aan betere bestuurders, meer verkeersveiligheid en minder misstanden.
BOVAG verwacht dat rijscholen zich in de toekomst sterker zullen moeten onderscheiden op kwaliteit in plaats van uitsluitend op prijs. Tegelijkertijd uitte de brancheorganisatie kritiek op de huidige plannen: aantoonbaar goed presterende instructeurs zouden volgens haar bijvoorbeeld minder vaak verplichte bijscholing moeten hoeven volgen.
Ook het IBKI werkt aan een andere manier om instructeurs te beoordelen. Jim Schouten lichtte toe dat de nadruk bij de vakbekwaamheid meer komt te liggen op didactische flexibiliteit, zelfreflectie en het vermogen om beredeneerde keuzes te maken. Het blind volgen van een vast stappenplan zou minder centraal moeten staan. Wie van een protocol afwijkt, moet die beslissing tijdens het nagesprek wel kunnen onderbouwen.
Daarnaast wordt risicogestuurd toezicht voorbereid. Daarbij wil men niet alleen naar resultaten van de rijschool kijken, maar ook naar de prestaties van individuele instructeurs. Een zogenoemde examengereedverklaring moet duidelijk maken dat de instructeur de leerling voldoende voorbereid acht voordat deze aan het praktijkexamen begint.
Instructeurs met goede resultaten zouden minder bijscholing kunnen krijgen. Wie onder de gewenste norm presteert, krijgt volgens de gepresenteerde plannen eerst gelegenheid om zich te verbeteren. Wanneer een verbetertraject geen resultaat oplevert, kan uiteindelijk ook de bevoegdheid in het geding komen.
Kunstmatige intelligentie als hulpmiddel bij examinering
Het IBKI onderzoekt bovendien of kunstmatige intelligentie kan bijdragen aan een meer uniforme beoordeling van praktijkexamens voor instructeurs. Tijdens een examen zou een camera beelden vastleggen die vervolgens door AI worden geanalyseerd. De uitkomsten worden naast de beoordeling van de menselijke examinator gelegd.
Het doel is om verschillen tussen beoordelingen inzichtelijk te maken en de kwaliteit van examinering te verbeteren. Volgens de presentatie zou het IBKI half november beginnen met het testen van het nieuwe systeem.
Nieuwe opleiding vanaf februari
Ook de opleiding van toekomstige rijinstructeurs wordt aangepast. Onderwijskundige Suzan Oldenbeuving, verbonden aan Onlinestuderen.com en De Verkeersacademie, presenteerde de voorbereidingen voor een pilot met de vernieuwde WRM-B-opleiding.
Kandidaten zouden vanaf februari kunnen deelnemen aan deze pilot. De opleiding en examinering worden ingericht rond de nieuwe leerdoelen. Volgens Oldenbeuving kan de nieuwe opzet bovendien een kostenbesparing van ongeveer 1.200 euro per kandidaat opleveren.
De opleiding begint met de onderdelen B1, over kennis van de rijtaak, en B2, over wet- en regelgeving. Daarbij wordt geprobeerd beide kennisgebieden beter met elkaar te verbinden.
De centrale vraag bij de hervorming blijft volgens de betrokken opleiders hoe vakbekwaamheid het beste kan worden aangetoond. Niet alleen het afleggen van een examen om de vijf jaar telt, maar ook de vraag of instructeurs zich gedurende die hele periode blijven ontwikkelen.
De komende jaren moet blijken of de nieuwe WRM daadwerkelijk leidt tot betere rijopleidingen en meer verkeersveiligheid. De plannen zetten in op meer structuur, intensiever toezicht en een andere manier van beoordelen. Tegelijkertijd zal de uitwerking moeten aantonen of de extra eisen ook voldoende ruimte laten voor professionele zelfstandigheid en aantoonbaar goed vakmanschap.






