CBR wil meer inzicht in de ontwikkeling van leerlingen: het CBR bepaald mee of een leerling ‘examengereed’ is!

De instructeur moet vooraf voor een examen verklaren dat de leerling examengereed is. De leerling kan dan pas examen doen als de instructeur er van overtuigd is dat de leerling gereed is. Dit gaat in samenwerking met het CBR.

Leestijd: 2 minuten

CBR-directeur Nanouke van ’t Riet benadrukte tijdens een congres in Nieuwegein dat de rijopleiding alleen kan verbeteren wanneer alle betrokken partijen samenwerken. Daarbij moet de kandidaat volgens haar in de hele opleidingsketen centraal staan. Ze erkende tegelijkertijd dat veranderingen weerstand kunnen oproepen en dat open communicatie nodig is om misverstanden te voorkomen.

Projectleider Eric van Ooijen, voorheen projectleider RIS, presenteerde vervolgens de aangepaste tussentijdse praktijktoets die binnen de pilot wordt ontwikkeld. Anders dan bij een beoordeling die hoofdzakelijk met cijfers werkt, krijgen zelfreflectie, feedback en competentiegericht leren een prominentere plaats. Er komt vanaf 2029 zogenaamd risico-gestuurd toezicht, waardoor WRM instructeurs mede-afhankelijk zijn van de beoordeling van een leerling door het CBR.

Signalen over slecht presterende instructeurs, lage slagingspercentages en wantrouwen in de sector zijn redenen om over te gaan op dit risicogestuurd toezicht. Daarvoor is het slagingspercentage per instructeur nodig, in plaats van per rijschool. Daarvoor wordt de ‘examengereed-verklaring’ in het leven geroepen.

De instructeur moet vooraf voor een examen verklaren dat de leerling examengereed is. De leerling kan dan pas examen doen als de instructeur er van overtuigd is dat de leerling gereed is. Dit gaat in samenwerking met het CBR.

De beoordeling richt zich onder meer op voertuigbeheersing, verkeersveiligheid, doorstroming, sociaal rijgedrag en milieubewust rijden. Een nieuw reflectieformulier moet inzichtelijk maken hoe de leerling tijdens de rit heeft gehandeld en waar verdere ontwikkeling nodig is.

Het beoogde resultaat is een leerproces waarin de instructeur meer als coach optreedt en de leerling zelf nadrukkelijker verantwoordelijkheid neemt voor zijn ontwikkeling.

WRM-instructeurs moeten zich goed realiseren welke gevolgen de invoering van het Leerling Volg Systeem (LVS) kan hebben voor hun zelfstandigheid. Wanneer het Nationaal Leerplan Rijopleiding B wordt ingevoerd en het CBR een centrale rol krijgt bij de registratie van de voortgang van leerlingen, dreigt de verhouding tussen rijschool en examencentrum ingrijpend te veranderen.

Een belangrijk aandachtspunt is dat instructeurs mogelijk na ieder lesuur de voortgang van hun leerlingen moeten bijwerken in het LVS. Dat kan leiden tot een aanzienlijke administratieve belasting, waarbij instructeurs meer tijd kwijt zijn aan het registreren van gegevens en het afleggen van verantwoording aan het CBR.

Maar er speelt meer dan alleen extra administratie. Wanneer het CBR toegang krijgt tot gedetailleerde informatie over de vorderingen van leerlingen, ontstaat het risico dat de organisatie zich steeds nadrukkelijker gaat bemoeien met het opleidingstraject en de klanten van zelfstandige rijscholen.

Als de geregistreerde voortgang bovendien bepalend wordt voor het moment waarop een praktijkexamen kan worden aangevraagd, kan de zelfstandigheid van rijscholen verder onder druk komen te staan.

WRM-instructeurs doen er daarom verstandig aan kritisch te kijken naar de gevolgen van het LVS en de toenemende bemoeienis van het CBR. De vraag is niet alleen hoeveel administratie het systeem oplevert, maar vooral hoeveel zeggenschap de rijschool straks nog heeft over de eigen leerlingen.