De Landelijke Beroepsvereniging Kwaliteitsbevordering Rijschoolbranche (LBKR) zegt de belangen te behartigen van rijinstructeurs en rijschoolhouders en de kwaliteit van de branche te willen verbeteren. De organisatie richt zich onder meer op een rechtvaardiger bijscholingssysteem, hogere instroomeisen en een kwaliteitsregister. Ook wil de LBKR een gesprekspartner zijn voor politiek, CBR en IBKI.
bij het schrijven van dit artikel is gebruik gemaakt van AI
De vraag is echter hoeveel van de circa 15.000 WRM-bevoegde instructeurs de LBKR daadwerkelijk vertegenwoordigt. De vereniging publiceert geen actueel ledenaantal. In 2019 waren ongeveer 150 rijschoolhouders lid. Daarmee is het niet aannemelijk dat de LBKR namens de gehele branche kan spreken. Ook de overheid benadrukt dat standpunten van de LBKR afkomstig zijn van één brancheorganisatie.
De LBKR komt met enige regelmaat voorbij in publicaties en betaalde blogs gericht op de rijschoolbranche. Opvallend is dat uit haar openbare standpunten weinig blijkt van een streven om de invloed van overheid en uitvoeringsorganisaties op de bedrijfsvoering van aangesloten rijscholen fundamenteel te beperken. De nadruk ligt vooral op meer kwaliteit, registratie, professionalisering en regulering.
[tekst gaat door onder afbeelding]

Zelfstandige WRM bevoegde Instructeurs die na 2030 de touwtjes binnen de eigen rijschool in handen willen houden, hoeven weinig te verwachten van LBKR. Er is niet nauwelijks kritiek op de huidige ontwikkelingen rond het Nationaal Leerplan Rijopleiding.
Uit de eigen publicaties van de LBKR blijkt weliswaar vrij duidelijk dat de organisatie in 2023 veel waarde hechtte aan de door Emile Roemer aanbevolen Curriculum Commissie Autorijonderwijs (CCA). Maar inmiddels lijkt het er op dat de brancheorganisatie zich niet meer inspant voor de komst van het CCA.
Tijdens het KRV-symposium in december 2023 schreef de LBKR dat “als eerste” een onafhankelijke CCA moest worden opgericht, met bevoegdheden om op te treden. De LBKR stelde daarbij dat niet selectief uit het rapport-Roemer mocht worden gewinkeld en dat aan de onafhankelijkheid niet mocht worden gemorreld. LBKR
Ook vermeldt de LBKR dat zij Roemer expliciet vroeg naar het feit dat de CCA officieel was afgeschoten vanwege de kosten. Volgens de LBKR benadrukte Roemer daarop dat de CCA een voorwaarde was voor een succesvolle uitvoering van zijn rapport. In het naschrift schrijft de LBKR bovendien dat in het overleg was afgesproken om toch een begin te maken met een onafhankelijke CCA. LBKR
Er is dus een belangrijk onderscheid tussen toen en nu. In recente LBKR-publicaties ligt de nadruk vooral op de uitvoering van het Nationaal Leerplan en het programma Van Rijles naar Rijonderwijs. De LBKR noemt de CCA daar niet meer zo prominent. LBKR
Is de conclusie terecht dat LBKR geen waarde hecht aan de CCA?
Het is niet juist om te stellen dat LBKR geen waarde hecht aan de CCA. Wel is de vraag gerechtvaardigd waarom dit standpunt in recentere communicatie niet of veel minder nadrukkelijk naar voren komt.
Voor jonge consumenten is dat dubbelzinnig. De LBKR noemt verkeersveiligheid en consumentenbelang expliciet, en pleit voor een klachtencommissie en transparantie. Tegelijkertijd is zij weinig kritisch over het CBR-slagingspercentage als kwaliteitsindicator en over de door het CBR illegaal ontwikkelde Rijopleiding In Stappen.






