De discussie over vermeende wetsovertredingen en bestuurlijke misstanden bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) gaat volgens de Vereniging Consumentenbelang Autorijbewijs (VCBA) over veel meer dan wat er vandaag bij het CBR gebeurt. De gevolgen kunnen nog jarenlang worden gevoeld door een generatie jongeren die nu tussen de 16 en 21 jaar oud is.
dit artikel is geschreven met behulp van kunstmatige intelligentie (AI)
Juist deze groep is voor haar rijbewijs sterk afhankelijk van een eerlijk en transparant systeem. Jongeren betalen vaak duizenden euro’s voor hun rijopleiding, zijn afhankelijk van de informatie van hun rijschool en hebben nauwelijks mogelijkheden om zelf te beoordelen of de cijfers en systemen waarop zij hun keuzes baseren daadwerkelijk betrouwbaar zijn.
Onderzoek naar het slagingspercentage
Een belangrijk onderdeel van de discussie is het slagingspercentage dat het CBR publiceert over rijscholen. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) onderzoekt volgens de informatie waarover VCBA beschikt momenteel of de wijze waarop deze percentages tot stand komen en worden gepresenteerd tot misleiding kan leiden.
Dat onderzoek raakt volgens VCBA niet alleen rijscholen, maar vooral hun klanten. Een leerling kan immers op basis van een gepubliceerd slagingspercentage besluiten om juist bij een bepaalde rijschool een opleiding te volgen. Wanneer zo’n percentage geen betrouwbaar beeld geeft van de werkelijke prestaties van een rijschool, kan een leerling daardoor een keuze maken die hij of zij anders mogelijk niet zou hebben gemaakt.
De ACM stelt zelf dat consumenten kunnen worden misleid wanneer informatie een verkeerd beeld geeft, bijvoorbeeld doordat informatie onjuist is, verkeerd kan worden begrepen of belangrijke informatie wordt weggelaten.
Daarmee krijgt het onderzoek volgens VCBA een veel bredere betekenis: het gaat niet uitsluitend om statistiek, maar om de vraag of jonge consumenten hun beslissing over een rijopleiding kunnen baseren op betrouwbare informatie.
RIS: een overheid die volgens VCBA buiten haar boekje ging
Een tweede dossier waar VCBA de aandacht op vestigt, is de Rijopleiding In Stappen (RIS). Volgens VCBA heeft het CBR deze opleidingsmethodiek ontwikkeld en vervolgens geëxploiteerd, terwijl het bureau volgens de vereniging wist of had moeten weten dat daarvoor geen wettelijk mandaat bestond.
Dat is volgens VCBA principieel van een andere orde dan een administratieve fout. Een overheidsorganisatie beschikt immers niet automatisch over dezelfde vrijheid als een commerciële onderneming. Een bestuursorgaan kan alleen handelen binnen de grenzen van de bevoegdheden die de wetgever heeft gegeven.
De huidige wetgeving regelt onder meer het rijonderricht, de eisen aan rijinstructeurs en de wettelijke kaders rond rijexamens. De vraag waar volgens VCBA uiteindelijk antwoord op moet komen, is daarom eenvoudig maar fundamenteel: waar stond de wettelijke bevoegdheid voor het CBR om zelf een rijopleidingsmethodiek te ontwikkelen en commercieel te exploiteren?
Dat is een juridische vraag die niet door een communicatiestrategie kan worden beantwoord.
Jongeren betalen uiteindelijk de rekening
Volgens VCBA dreigt hierdoor een patroon te ontstaan waarbij beslissingen van vandaag gevolgen krijgen voor jongeren die nog nauwelijks invloed hebben op het systeem.
De jongere van 16 of 17 jaar die vandaag begint met rijlessen, heeft geen enkele verantwoordelijkheid voor de manier waarop het CBR de afgelopen jaren zijn systemen heeft ingericht. Toch kan deze jongere wel geconfronteerd worden met de financiële gevolgen van verkeerde informatie, langere opleidingstrajecten, extra rijlessen, extra examens en veranderende opleidingssystemen.
Ook de overheid erkent dat de inrichting van het rijopleidingsstelsel rechtstreeks gevolgen heeft voor leerlingen. In beleidsstukken wordt bijvoorbeeld gesproken over het verbeteren van de kwaliteit van de rijopleiding en over de kosten die verschillende scenario’s voor leerlingen kunnen veroorzaken.
Daarmee ontstaat volgens VCBA een principiële kwestie die de komende jaren politiek besproken moet worden.
De overheid kan niet twee maten hanteren
VCBA zegt alles in het werk te zullen stellen om de politiek ervan te overtuigen dat de rechtsstaat niet met twee maten kan meten.
Van burgers wordt verwacht dat zij zich aan de wet houden. Wie belasting moet betalen, moet belasting betalen. Wie een verkeersregel overtreedt, kan daarvoor worden bestraft. Wie een vergunning nodig heeft, moet zich aan de voorwaarden houden.
Maar volgens VCBA moet dezelfde norm gelden voor de overheid zelf.
Een overheid kan niet geloofwaardig van burgers verlangen dat zij zich aan de wet houden wanneer een overheidsorganisatie tegelijkertijd buiten haar wettelijke bevoegdheden zou handelen.
Daarom wil VCBA dat niet alleen wordt gekeken naar individuele besluiten of afzonderlijke incidenten, maar naar de structurele gevolgen voor toekomstige generaties.
Want uiteindelijk gaat het volgens de vereniging niet alleen om het CBR van vandaag. Het gaat om de vraag welk voorbeeld de overheid aan jongeren geeft.
Een generatie die wordt geleerd dat regels belangrijk zijn, mag volgens VCBA ook verwachten dat de overheid zich aan diezelfde regels houdt.
De jongeren van 16 tot 21 jaar verdienen volgens de vereniging geen systeem waarin zij achteraf de rekening betalen voor beslissingen waar zij zelf nooit invloed op hebben gehad.






