De toenemende regeldruk in de rijschoolbranche begint zijn tol te eisen. Dat merkt ook Peter, een 47-jarige WRM-instructeur. Waar hij jarenlang plezier haalde uit het opleiden van automobilisten, ziet hij dat plezier steeds verder afnemen. Volgens hem stapelen de regels, eisen en plannen vanuit onder meer het ministerie, CBR en IBKI zich op, terwijl het voor instructeurs lang niet altijd duidelijk is welk probleem daarmee wordt opgelost.
Peter merkt het steeds vaker aan zichzelf. Het enthousiasme waarmee hij ooit op de passagierszit ging zitten om leerlingen te begeleiden, maakt langzaam plaats voor ergernis en onzekerheid. Niet omdat hij het vak zelf zat is, benadrukt hij, maar omdat de manier waarop de rijschoolbranche wordt gereguleerd hem steeds meer tegenstaat.
“Je hoort van collega’s dat zowel IBKI als het CBR de lat steeds hoger legt. Topambtenaren van het Ministerie, die nog nooit betrokken zijn geweest bij het geven van rijlessen, ontwikkelen vervolgens op basis van het rapport van Emile Roemer heel ingrijpende wetswijzigingen voor het Nationaal Leerplan Rijopleiding. Zij schrappen daarbij moeiteloos een van de belangrijkste aanbevelingen van Emile Roemer: de oprichting van het CCA. Ik durf gerust te zeggen dat er in mijn regio genoeg goede instructeurs lesgeven en iedereen weet dat het slagingspercentage massaal gemanipuleerd wordt, zonder dat het CBR daar ook maar iets aan doet. Waarom al die nieuwe regeldruk allemaal moet, is niet duidelijk, iedereen weet wel dat de verkeersveiligheid er niet hoger door wordt. Dat is een fabel. Als ik goede, rustige leerlingen soms een jaar of twee later door het dorp zie rijden dan schrik ik soms van hun rijgedrag. Vooral bij jonge mensen zie je dat ze na enkele jaren veranderen, soms ten goede en soms ten kwade. Ze gaan naar festivals, de drukte neemt toe, ze vinden geen woonruimte en raken gefrustreerd en krijgen te maken met problemen die horen bij het leven. Dat zie je dan soms terug in het gedrag op de weg. En vergeet niet dat voor Nederlandse jongeren de lat al jaren hoger ligt dan in omringende landen. Hoe denk je dat andere Europeanen hier rond rond rijden? ”
Volgens Peter dreigt de branche door de opeenstapeling van regels en verplichtingen steeds verder van de praktijk af te komen staan. Hij kijkt daarbij kritisch naar de manier waarop beleid wordt ontwikkeld en geïmplementeerd.
“Dat al die plannen in Den Haag en Rijswijk bedacht worden door vooral mensen die nooit een rijopleiding hebben verzorgd, toont vooral aan dat na de gezondheidszorg en tal van andere beroepsgroepen nu de rijschoolbranche aan de beurt is om te verzuipen in regeltjes. Er is geen probleem met het slagingspercentage, dat slagingspercentage is het probleem. Het is een waardeloos meet-instrument. Het is als wegen met een onbetrouwbare weegschaal!”
Plezier in het vak neemt af
Peter is 47 jaar en heeft naar eigen zeggen nog ongeveer twintig jaar te gaan tot zijn pensioen. Juist daarom maakt de ontwikkeling hem zorgen. Hij vraagt zich af of hij het werk in de huidige omstandigheden nog zo lang wil en kan blijven doen.
“Ik moet nog twintig jaar tot aan mijn pensioen, maar ik vrees dat dit niet gaat lukken in de rijschoolwereld.”
Daarbij gaat het hem niet alleen om de hoeveelheid regels. Ook de voortdurende veranderingen en de onzekerheid over wat er de komende jaren nog op de branche afkomt, spelen een rol.
Peter vreest dat instructeurs uiteindelijk vooral bezig zijn met het voldoen aan procedures, in plaats van met waar het volgens hem werkelijk om draait: leerlingen goed en veilig leren autorijden.
Kritiek op het CBR
Ook het CBR krijgt er in Peters verhaal stevig van langs. Volgens hem heeft de organisatie een uitgesproken visie op wat er binnen de rijopleiding allemaal moet veranderen, terwijl er volgens hem ook voldoende zaken zijn waarop het CBR zelf kan worden aangesproken.
“Volgens mij zou het CBR eens moeten beginnen om alle examinatoren ook verplicht de WRM-bevoegdheid te laten behalen.”
Daarnaast noemt Peter de wachttijden voor examens als een belangrijk aandachtspunt. Hij pleit ervoor om het CBR sterker aan de gemaakte afspraken te houden. “Er zou, net als bij asielzoekers, een dwangsom moeten worden geheven om te zorgen dat het CBR zich vanaf nu houdt aan de maximale wachttijden. Tussen 2020 en 2025 overschreed het CBR de wachttijden met tweehonderd of driehonderd procent. Je hoort daar nu niemand meer over, maar mijn klanten hebben veel extra rijlessen moeten nemen, de doorstroom stagneerde en het heeft ons als instructeurs veel extra energie gekost om al onze klanten naar het praktijkexamen te loodsen. Nu is er een nieuwe directie bij het CBR en die klopt zich na enkele maanden al op de borst en roept dat het vak van examinator de makkelijkste baan wordt. Dat klopt wel als je alle chaos bij het CBR afwentelt op WRM instructeurs.
Peter maakt zich vooral zorgen over de gevolgen van toekomstige veranderingen in de rijopleiding. Peter vreest dat de extra contactmomenten met het CBR tot nog langere wachttijden kunnen leiden.
“Ik vrees namelijk dat het Nationaal Leerplan Rijopleiding, waarin iedere leerling voortaan verplicht twee keer naar het CBR moet, bij het minste of geringste zorgt voor wachttijden die drie keer langer zijn dan wat het CBR met het ministerie heeft vastgelegd: zeven weken.”
‘Waarom niet kijken naar Duitsland?’
Ook op het gebied van de automaat ziet Peter grote verschillen tussen Nederland en Duitsland. Sinds 2021 wordt er in Duitsland vooral gelet in hybride of volledig elektrische lesauto’s en is de code 78 afgeschaft.
