Camera’s en kunstmatige intelligentie moeten bij het IBKI zorgen voor objectievere beoordelingen door WRM-examinatoren. Maar wanneer het gaat om de controle op CBR-examinatoren, lijkt transparantie ineens een stuk minder vanzelfsprekend. Een opmerkelijke tegenstelling: CBR handelt daarbij in strijd met Europese wetgeving.
Vanaf medio november 2026 wil het IBKI een proef uitvoeren waarbij camera’s in examenauto’s de lesuitvoering en verkeerssituaties vastleggen. Een AI-programma beoordeelt vervolgens de beelden aan de hand van dezelfde beoordelingscriteria als de menselijke examinator. Beide beoordelingen worden naast elkaar gelegd. Afwijkingen moeten zichtbaar maken waar menselijke beoordelingen uiteenlopen.
Het IBKI erkent daarmee feitelijk dat menselijke beoordelingen niet altijd gelijkwaardig zijn en dat technologische hulpmiddelen kunnen bijdragen aan een objectiever beoordelingsproces. Het is voorlopig een experiment, maar de achterliggende gedachte is duidelijk: ook een examinator moet controleerbaar zijn.
En precies daar ontstaat de merkwaardige tegenstelling met het CBR.
Bij praktijkexamens voor het rijbewijs B moeten aanwezige opnameapparaten volgens de overheidsinformatie worden uitgeschakeld. Daarmee ontbreekt voor examenkandidaten een belangrijk hulpmiddel om achteraf te kunnen reconstrueren wat er tijdens een examen is gebeurd. Juist wanneer een kandidaat vraagtekens zet bij het optreden, de beoordeling of het voortijdig beëindigen van een examen, kan beeldmateriaal van grote betekenis zijn.
Natuurlijk moet rekening worden gehouden met privacy en de AVG. Dat betekent echter niet dat iedere vorm van cameratoezicht onmogelijk is. Zo blijkt uit onderzoek dat bij het gebruik van een dubbele dashcam de examinator visueel niet te zien is, maar zijn aanwijzingen wel worden opgenomen. Er zijn oplossingen denkbaar waarbij in het geval van een klacht (dispuut) beelden uitsluitend voor een onafhankelijke klachtenbeoordeling worden gebruikt, met duidelijke bewaartermijnen en toegangsbeperkingen.
De vraag is dan ook waarom het CBR niet onderzoekt hoe een dergelijke voorziening verantwoord kan worden ingevoerd.
Wie controleert eigenlijk de examinator?
Het Reglement Rijbewijzen legt bij het CBR een publieke verantwoordelijkheid voor de rijvaardigheidsexaminering. Examenkandidaten en rijscholen mogen van dit zelfstandig bestuursorgaan verwachten dat het niet alleen de uitslag registreert, maar ook de objectiviteit en kwaliteit van zijn examinatoren actief bewaakt. Dat is nu al decennia-lang niet het geval. CBR coaches zijn bevreesd voor repressailles wanneer ze een examinator een negatieve beoordeling geven. Bovendien: ‘de slager keurt het eigen vlees’.
Dat vraagt om meer dan interne klachtenregistratie. Het vraagt om controleerbare beoordelingscriteria, onafhankelijke toetsing en de mogelijkheid om bij twijfel de feitelijke gang van zaken te reconstrueren.
De aanbevelingen van Emile Roemer uit 2021 zijn in dat verband bijzonder relevant. Hij bepleitte een onafhankelijke Curriculumcommissie Autorijonderwijs (CCA), die onder meer een klachtenregeling zou krijgen voor rijscholen, rijinstructeurs en examinatoren. De gedachte achter een dergelijke onafhankelijke voorziening was juist dat de sector niet volledig afhankelijk zou moeten zijn van de organisaties waarop zij kritiek kan hebben.
De politieke uitwerking is echter achtergebleven bij die ambitie. De minister heeft aangegeven dat de CCA niet automatisch een toezichthoudende rol op CBR-examinatoren krijgt. Ook de klachtenafhandeling van het CBR blijft in belangrijke mate binnen de eigen organisatie, bij een centraal klachtenmeldpunt dat organisatorisch onder Juridische Zaken valt.
Daarmee blijft de vraag bestaan hoe onafhankelijk de beoordeling van klachten over het optreden van CBR-examinatoren werkelijk is.
Er is bovendien een opvallend detail: ook het IBKI verbiedt kandidaten tijdens WRM-examens zelfstandig opnameapparatuur te gebruiken. Het verschil is dat het IBKI nu zelf camera’s wil inzetten om de menselijke beoordeling te controleren. Waarom zou een vergelijkbare institutionele bereidheid tot transparantie bij het CBR niet mogelijk zijn?
De indruk ontstaat dat het CBR weinig enthousiasme heeft om het functioneren van zijn eigen examinatoren op een vergelijkbare manier toetsbaar te maken.
De maatstaf mag toch niet verschillen?
Wanneer de overheid van WRM-instructeurs verlangt dat hun vakbekwaamheid objectief wordt beoordeeld en dat AI daarbij zelfs als controlemiddel wordt ingezet, mag de consument dezelfde kwaliteitsambitie verwachten van de organisatie die de rijexamens afneemt.
Het kan niet zo zijn dat de rijinstructeur straks met camera’s en AI wordt beoordeeld, terwijl de examinator die bepaalt of een jongere zijn rijbewijs verdient, buiten iedere vergelijkbare vorm van technologische controle blijft.
Wie werkelijk werk wil maken van verkeersveiligheid en vertrouwen in de examinering, moet bereid zijn om ook de eigen organisatie kritisch te laten onderzoeken.
Transparantie is geen bedreiging voor een goed functionerend exameninstituut. Het is juist een voorwaarde voor vertrouwen.
Bronnen voor de onderbouwing:
- IBKI test AI bij praktijkexamens – 27 oktober 2026.
- Overheidsinformatie over opnameapparatuur bij CBR-examens.
- Emile Roemer over de onafhankelijke Curriculumcommissie.
- Kamerstuk 29 398, nr. 1133 – reactie op de voorgestelde toezichtrol.
- IBKI-examenreglement, artikel 12 – verbod op opnameapparatuur.






