Rechter zet vraagtekens bij CBR-verbod op dubbele dashcam tijdens tussentijdse toets en praktijkexamen

Voorzieningenrechter wijst CBR en Pels Rijcken tijdens zitting op Europees recht en belang van onafhankelijke bewijsvoering

Leestijd: 6 minuten

Het verbod van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) op het gebruik van een dashcam tijdens praktijkexamens komt juridisch steeds verder onder druk te staan. Tijdens de mondelinge behandeling van een kort geding bij de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, wees de voorzieningenrechter volgens betrokkenen de juristen en advocaat van het CBR, die werd bijgestaan door Pels Rijcken, op Europese regelgeving die consumenten bescherming moet bieden wanneer zij een klacht of geschil met een dienstverlener willen onderbouwen.

De kern van de discussie is eenvoudig maar verstrekkend: hoe kan een kandidaat aantonen wat er tijdens een praktijkexamen daadwerkelijk is gebeurd wanneer het CBR tegelijkertijd verbiedt om daarvan onafhankelijk beeld- en geluidsmateriaal te maken?

Het CBR verbiedt het gebruik van opnameapparatuur tijdens praktijkexamens. In het eigen Vademecum wordt het verwerken van dashcambeelden tijdens een examen expliciet uitgesloten. Daarmee heeft de kandidaat zelf geen onafhankelijke registratie van de examenrit wanneer achteraf discussie ontstaat over de beoordeling of het gedrag van de examinator.

Juist dat gebrek aan onafhankelijk bewijs kan volgens de juridische redenering die tijdens de zitting aan de orde kwam problematisch zijn vanuit het Europese consumentenrecht.

Niet alleen een discussie over zakken of slagen

De discussie over een dashcam gaat daarom veel verder dan de vraag of een kandidaat het eens is met een onvoldoende.

Een praktijkexamen is een beslissend moment. De examinator beoordeelt de kandidaat en legt vervolgens vast waarom iemand wel of niet is geslaagd. Wanneer de kandidaat het niet eens is met die beoordeling, kan hij of zij een klacht indienen. Maar zonder onafhankelijke opname blijft de reconstructie van de gebeurtenissen in belangrijke mate afhankelijk van de verklaringen van de betrokkenen.

Een video-opname kan daarin een fundamenteel verschil maken.

Beelden kunnen immers aantonen wat er op de weg gebeurde, welke verkeerssituatie zich voordeed, welke aanwijzingen werden gegeven en – afhankelijk van de wijze waarop de camera is geïnstalleerd – wat zich in het voertuig afspeelde.

Daarmee is een dashcam niet uitsluitend een instrument waarmee een kandidaat het CBR ter verantwoording kan roepen. Dezelfde beelden kunnen ook aantonen dat een examinator juist heeft gehandeld.

Opvallende bekentenis in De Telegraaf

Dat het belang van onafhankelijke registratie zich niet beperkt tot discussies over verkeersfouten, bleek vorig jaar uit een opvallende publicatie in De Telegraaf.

Op 2 maart 2025 publiceerde de krant het verhaal ‘De examinator vroeg om een tongzoen en wat denk je dat ik deed?’. Volgens de door de krant gepubliceerde persoonlijke bekentenis vertelde een vrouw dat een examinator haar een opmerkelijk voorstel had gedaan: zij zou haar rijbewijs kunnen behalen in ruil voor een tongzoen. Volgens haar eigen relaas ging zij op het voorstel in en kreeg zij vervolgens haar rijbewijs.

Het gaat hier nadrukkelijk om een persoonlijke getuigenis die in de media is gepubliceerd en niet om een door een rechter vastgesteld feit. Juist daarom maakt het verhaal zichtbaar welk probleem ontstaat wanneer er geen onafhankelijke registratie bestaat van wat zich tijdens een examenrit heeft afgespeeld.

[tekst gaat door onder afbeelding]

klik op de afbeelding om artikel te lezen in de Telegraaf

Als een kandidaat beweert dat een examinator tijdens een examenrit ernstig grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond, welk objectief bewijs kan die kandidaat dan aanleveren wanneer het CBR vooraf iedere eigen opname heeft verboden?

Dat is een wezenlijk andere vraag dan de vraag of iemand terecht is gezakt.

Van verkeersveiligheid naar bescherming van kandidaten

Een dubbele dashcam zou in dat opzicht een veel bredere functie kunnen krijgen.

Een camera aan de voorzijde van het voertuig kan de verkeerssituatie en het verloop van de examenrit registreren. Een tweede camera, gericht op het interieur, kan – afhankelijk van de technische en juridische inrichting – vastleggen wat er in het voertuig gebeurt.

Daarmee ontstaat een onafhankelijke registratie die niet uitsluitend relevant is voor discussies over rijvaardigheid, maar ook voor mogelijke klachten over het gedrag van een examinator.

Dat kan bijvoorbeeld van belang zijn bij beschuldigingen van intimidatie, bedreiging, ongewenste aanrakingen, discriminerende opmerkingen of andere vormen van grensoverschrijdend gedrag.

Een kandidaat die tegenover een examinator staat, bevindt zich immers in een afhankelijke positie. De examinator heeft op dat moment een directe invloed op de uitslag van het examen. Dat maakt het des te belangrijker dat er achteraf een mogelijkheid bestaat om ernstige klachten onafhankelijk te onderzoeken.

De kandidaat hoeft niet automatisch gelijk te krijgen

Het toestaan of zelfs verplicht stellen van een dubbele dashcam betekent uiteraard niet dat iedere klacht van een kandidaat automatisch bewezen moet worden verklaard.

Integendeel.

Juist onafhankelijke beelden kunnen ervoor zorgen dat zowel kandidaten als examinatoren worden beschermd tegen ongefundeerde beschuldigingen.

Als een kandidaat beweert dat een examinator iets heeft gezegd of gedaan wat niet door de beugel kan, kan een opname duidelijkheid geven. Maar als de beschuldiging onjuist blijkt, kan hetzelfde beeldmateriaal ook de examinator beschermen.

Dat maakt onafhankelijke registratie uiteindelijk niet alleen een consumentenbelang, maar ook een belang van het CBR en zijn examinatoren.

Waarom zou het CBR beeldbewijs verbieden?

Daarmee komt de principiële vraag op tafel waarom het CBR kandidaten überhaupt verbiedt om de eigen examenrit vast te leggen.

Privacy kan daarbij een belangrijke rol spelen. Een examinator heeft recht op bescherming van zijn persoonsgegevens en persoonlijke levenssfeer. Maar privacy betekent niet noodzakelijkerwijs dat iedere vorm van registratie verboden moet worden.

Er zijn minder verstrekkende oplossingen denkbaar.

Zo kan worden gewerkt met een vaste technische configuratie waarbij de camera uitsluitend de verkeerssituatie en het interieur van het examenvoertuig registreert. Audio kan afzonderlijk worden geregeld. De beelden kunnen versleuteld worden opgeslagen en uitsluitend beschikbaar worden gesteld wanneer daadwerkelijk een klacht of juridische procedure ontstaat.

Ook kan worden vastgelegd dat kandidaten de beelden niet openbaar mogen publiceren en dat uitsluitend bevoegde instanties toegang krijgen.

Het privacybelang hoeft daarmee niet tegenover het recht op bewijs te staan.

CBR bepaalt nu zelf wat er van een examen beschikbaar is

Het probleem met het huidige systeem is dat het CBR een zeer groot deel van de informatiepositie rond een examen zelf beheert.

De examinator maakt zijn beoordeling. Het CBR registreert de uitslag en de beschikbare administratieve gegevens. De kandidaat die bezwaar maakt tegen de beoordeling, moet vervolgens proberen aan te tonen dat er iets niet klopt.

Maar wanneer de kandidaat tegelijkertijd wordt verboden om zelf beeldmateriaal te verzamelen, ontstaat een merkwaardige bewijspositie.

De kandidaat wordt dan feitelijk gevraagd een gebeurtenis te bewijzen waarvan het belangrijkste onafhankelijke bewijsmiddel vooraf niet mocht worden gemaakt.

Dat raakt rechtstreeks aan de vraag of sprake is van een daadwerkelijk effectieve mogelijkheid om een klacht te onderbouwen.

De Europese dimensie

Precies op dat punt zou de voorzieningenrechter tijdens de mondelinge behandeling hebben gewezen op Europese regelgeving.

Als Europese consumentenregels eisen dat consumenten hun rechten daadwerkelijk en effectief kunnen uitoefenen, kan een bestuursorgaan of uitvoeringsorganisatie niet zonder meer volstaan met een systeem waarin de consument nauwelijks mogelijkheden heeft om bewijs te verzamelen.

Daarmee wordt het dashcamverbod niet alleen een interne CBR-regel, maar een kwestie die moet worden getoetst aan hogere regelgeving.

De juridische vraag is dan niet langer alleen: mag het CBR een dashcam verbieden?

De belangrijkere vraag wordt:

Mag het CBR een bewijsinstrument verbieden als daardoor voor een kandidaat geen effectieve mogelijkheid overblijft om een ernstige klacht over het verloop van een examen onafhankelijk te onderbouwen?

Ook examinatoren hebben belang bij camera’s

Het debat wordt bovendien vaak uitsluitend vanuit het perspectief van de kandidaat gevoerd.

Dat is opmerkelijk.

Een dubbele dashcam kan immers ook een beschermingsmechanisme voor examinatoren zijn. Wanneer een kandidaat een examinator beschuldigt van ongepast of grensoverschrijdend gedrag, hoeft het CBR niet uitsluitend af te gaan op twee tegenover elkaar staande verklaringen.

Beelden kunnen duidelijkheid verschaffen.

Dat geldt ook bij discussies over vermeende fraude, beïnvloeding van kandidaten, discriminatie, intimidatie of andere vormen van ongewenst gedrag.

In die zin kan cameratoezicht juist bijdragen aan de integriteit van het examensysteem.

De Telegraaf-bekentenis maakt het dilemma zichtbaar

De opmerkelijke bekentenis die vorig jaar in De Telegraaf verscheen, maakt duidelijk waarom deze discussie niet uitsluitend theoretisch is.

Nogmaals: het verhaal van de vrouw is haar eigen relaas en vormt op zichzelf geen bewijs dat de beschreven gebeurtenis daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Maar het roept wel een belangrijke vraag op.

Wat als een kandidaat tijdens een examen daadwerkelijk met ernstig grensoverschrijdend gedrag wordt geconfronteerd en daar onmiddellijk na afloop melding van maakt?

Zonder opname ontstaat een klassieke bewijsproblematiek.

De kandidaat zegt dat het is gebeurd.

De examinator kan zeggen dat het niet is gebeurd.

En wanneer er geen onafhankelijke getuigen of andere bewijsmiddelen zijn, kan het bijzonder moeilijk zijn om achteraf vast te stellen wat er werkelijk is gebeurd.

Met een dubbele dashcam kan dat anders zijn.

Van dashcamverbod naar bewijsrecht

Daarmee krijgt de discussie over het CBR-dashcamverbod een veel principiëler karakter.

Het gaat niet alleen over de vraag of iemand tijdens zijn rijexamen een camera mag gebruiken.

Het gaat over bewijs, rechtsbescherming, consumentenrechten en de machtsverhouding tussen een kandidaat en een examinator.

Een kandidaat staat tijdens een examen tegenover een professionele examinator die namens het CBR optreedt. De kandidaat heeft één kans om te laten zien dat hij of zij veilig en zelfstandig kan rijden. Wanneer er daarna een geschil ontstaat, moet het mogelijk zijn om de feiten zo objectief mogelijk vast te stellen.

Een verplichte dubbele dashcam zou daarvoor een belangrijke stap kunnen zijn.

Niet om examinatoren bij voorbaat te wantrouwen.

Niet om kandidaten automatisch gelijk te geven.

Maar juist om ervoor te zorgen dat de waarheid achteraf kan worden vastgesteld wanneer daarover een ernstig geschil ontstaat.

En misschien is dat uiteindelijk precies waar de rechterlijke discussie in Almelo over draait: niet over een camera, maar over de vraag of een consument tegenover een machtige organisatie daadwerkelijk over voldoende middelen beschikt om zijn recht te halen.

andere berichten over dit onderwerp

COLUMN | Het CBR is geen onderdeel van de wetgevende macht en lapt de wet met grote regelmaat aan haar laars!

Er bestaat in Nederland een eenvoudig uitgangspunt: wie overheidsgezag uitoefent, moet zich aan de wet houden. Het klinkt bijna te …

VCBA: ‘Examinator achterin, verplichte dashcam en tijdsduur examenrit 25 minuten scheelt in de kosten’

De Vereniging ConsumentenBelang Autorijbewijs (VCBA) wil de Tweede Kamer overtuigen dat de regels van het praktijkexamen moeten aansluiten bij Europese …

VCBA: Minister Karremans moet dubbele dashcam verplichten bij praktijkexamens vanwege EU wetgeving!

Tijdens de mondelinge behandeling van een kort geding dat het CBR in 2023 aanspande tegen voormalig rijschoolhouder en publicist Henrie …

Rechtbank stelt het CBR grotendeels in het gelijk; Kamps gaat mogelijk in hoger beroep vanwege meineed examinatoren!

Vandaag viel het vonnis van de rechtbank in Zutphen bij Henrie Kamps op de mat. Zoals verwacht stelt de voorzieningenrechter …

Trein raakte lesauto tijdens praktijkexamen: rijinstructeur schakelt de lesauto in zijn achteruit!

Al jaren pleit Kris Kalloe in toespraken en brieven aan politieke partijen en Kamerleden voor één simpele, maar volgens hem …