CBR slagingspercentage werkt (etnisch) profileren door grote rijopleiders in de hand!

Een slagingspercentage zegt onvoldoende wanneer niet wordt gekeken naar de samenstelling van het leerlingenbestand, het aantal gevolgde lessen en de individuele omstandigheden van kandidaten.

Leestijd: 2 minuten

Volgens de Vereniging Consumentenbelang Autorijbewijs (VCBA) zouden sommige grote rijopleiders nieuwe leerlingen selecteren op basis van achtergrond en sociaaleconomische kenmerken, met als doel het CBR-slagingspercentage zo hoog mogelijk te houden.

De VCBA stelt dat Nederlandse jongeren daarbij mogelijk de voorkeur krijgen, terwijl jongeren met een migratieachtergrond tijdens een eerste contact zouden worden ontmoedigd door bijvoorbeeld te wijzen op een volle rijschool of een lange wachtlijst. Volgens de vereniging kan een dergelijke voorselectie ertoe leiden dat grote opleiders vooral leerlingen toelaten die zij als kansrijk voor een snel examenresultaat, hoog CBR slagingspercentage, beschouwen.

Als deze praktijk daadwerkelijk plaatsvindt, is volgens de VCBA sprake van een uiterst onwenselijke ontwikkeling. Rijscholen zouden dan niet uitsluitend worden beoordeeld op de kwaliteit van hun opleiding, maar ook strategisch leerlingen kunnen selecteren om hun positie op ranglijsten met hoge slagingspercentages te verbeteren.

Volgens de VCBA werkt de methode die het CBR hanteert bij de berekening en publicatie van slagingspercentages dergelijke prikkels in de hand. De vereniging wijst er daarnaast op dat jongeren met bijvoorbeeld ADHD of autisme volgens haar soms al in een vroeg stadium worden doorverwezen naar zogenoemde gespecialiseerde rijscholen.

„Het CBR-slagingspercentage kan verschillende vormen van ongewenst gedrag in de hand werken. Wanneer rijscholen worden afgerekend op één cijfer, ontstaat het risico dat zij niet investeren in leerlingen die meer begeleiding of een langere opleiding nodig hebben, maar juist proberen deze leerlingen elders onder te brengen”, aldus de VCBA.

Al in 2021 bevestigde de directeur Bedrijfsvoering van het CBR schriftelijk dat het CBR het aantal lesuren niet meeweegt in de berekening van het CBR slagingspercentage, omdat het CBR daar geen zicht op zou hebben. Volgens VCBA is het aantal lesuren of een ‘rugtasje’ wel degelijk van belang als je een slagingspercentage openbaar maakt.

[tekst gaat door onder afbeelding]

reactie van de directeur Bedrijfsvoering van het CBR in 2021

De vereniging stelt dat dit ertoe kan leiden dat kleinere rijscholen en zelfstandige instructeurs relatief vaker leerlingen begeleiden die meer tijd, aandacht of ondersteuning nodig hebben. Daardoor kunnen hun slagingspercentages lager uitvallen, zonder dat dit automatisch betekent dat zij minder goed onderwijs geven.

„Een slagingspercentage zegt onvoldoende wanneer niet wordt gekeken naar de samenstelling van het leerlingenbestand, het aantal gevolgde lessen en de individuele omstandigheden van kandidaten. Als rijscholen door strategische leerlingenselectie hun cijfers kunnen beïnvloeden, ontstaat een vertekend beeld van de werkelijke kwaliteit van de rijopleiding”, aldus de VCBA.

De vereniging pleit daarom voor nader onderzoek naar de effecten van het CBR-slagingspercentage en naar de vraag of de huidige systematiek ongewenste selectie van leerlingen stimuleert.