Nieuw onderzoek naar de juridische geschiedenis van de Rijopleiding In Stappen (RIS) roept ernstige vragen op over de manier waarop het CBR jarenlang met zijn wettelijke bevoegdheden is omgegaan. Uit een juridisch advies van landsadvocaat Pels Rijcken uit 2018 blijkt dat het CBR geen wettelijke taak had bij de opleiding van bestuurders voor rijbewijs B. Ook had het CBR geen wettelijke toezichtstaak ten aanzien van rijscholen en opleiders.
Volgens het advies had het CBR bovendien geen bevoegdheid om rijopleiders voor de rijopleiding B te certificeren. Toch hield het CBR zich jarenlang bezig met onderdelen van de RIS, waaronder certificering, opleiding en begeleiding van opleiders.
Dat roept de vraag op waarom het CBR deze activiteiten heeft voortgezet, terwijl de juridische grenzen van zijn bevoegdheden volgens het advies duidelijk waren.
Vooral de conclusie dat het CBR zich niet zonder wettelijke grondslag een certificerende rol kon aanmeten, is opvallend. Het advies maakt bovendien duidelijk dat de wettelijke bevoegdheid voor certificering van rijinstructeurs bij IBKI ligt.
Het onderzoek levert daarmee sterke aanwijzingen op dat het CBR jarenlang activiteiten rond de RIS heeft uitgevoerd waarvoor volgens zijn eigen landsadvocaat geen wettelijke grondslag bestond. Of daarbij ook sprake was van bewust en verwijtbaar handelen, zal uiteindelijk juridisch moeten worden vastgesteld.

