dit artikel is geschreven met behulp van kunstmatige intelligentie (AI)
Ik heb het originele advies gevonden. En het interessante is: het staat inmiddels officieel op de website van het CBR, openbaar gemaakt naar aanleiding van een Woo-verzoek uit 2025.
Het originele Pels Rijcken-advies
Het document is getiteld:
“Advies – Relatie tussen CBR en opleiders”
- Datum: 20 november 2018
- Advocatenkantoor: Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn
- Opdrachtgever: CBR
- Onderwerp: de vraag of het CBR binnen de toenmalige wet- en regelgeving een rol mocht spelen bij vrijwillige certificering van rijscholen/opleiders.
- Omvang: 6 pagina’s advies; in de openbaar gemaakte PDF zijn daarnaast de Woo-correspondentie en een toelichting opgenomen.
Het originele CBR/Pels Rijcken-document (PDF)
Het CBR heeft dit document op 14 april 2025 gepubliceerd onder Woo20250035. CBR
En er zit een belangrijke correctie op mijn vorige antwoord
Het advies is niet specifiek een advies over de RIS.
Dat blijkt nu heel duidelijk uit de originele stukken. Het CBR schrijft in de Woo-correspondentie in 2025 expliciet dat er in 2019 verwarring was ontstaan over het bestaan van een Pels Rijcken-advies over RIS. Het CBR verklaart:
“Het CBR niet heeft geadviseerd over RIS […] Het advies […] heeft betrekking op professionalisering van de rijschoolbranche naar aanleiding van aanbevelingen van brancheorganisaties.” CBR
Dat maakt het journalistiek juist interessanter, want het betekent dat de vaak aangehaalde conclusie van de landsadvocaat voortkwam uit een breder juridisch onderzoek naar de positie van het CBR tegenover rijscholen en opleiders.
Wat staat er daadwerkelijk in?
De kern staat op pagina 2 van het oorspronkelijke advies.
Pels Rijcken schrijft dat het CBR:
“geen taken toebedeeld [heeft] gekregen op het gebied van de opleiding van bestuurders voor een rijbewijs B”
en evenmin de taak heeft om toezicht te houden op rijscholen of opleiders. Daaruit volgt volgens Pels Rijcken:
“dat het CBR geen directe bevoegdheid heeft ten aanzien van rijscholen en opleiders.” CBR
Daarna wordt het nog scherper.
Pels Rijcken onderzoekt specifiek de certificeringsbevoegdheid en concludeert dat het CBR wel certificeringsbevoegdheden heeft op andere terreinen — bijvoorbeeld opleidingen voor goederen- en personenvervoer — maar:
“Het certificeren van opleidingen tot het behalen van een rijbewijs B valt hier niet onder.” CBR
Nog belangrijker: IBKI
Het advies maakt vervolgens een rechtstreeks onderscheid met IBKI.
Pels Rijcken schrijft dat de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 voor de opleiding tot rijinstructeur een expliciete certificeringsbevoegdheid bij IBKI heeft gelegd:
“(en dus niet voor het CBR)” CBR
En op pagina 5/6 volgt misschien wel de meest interessante passage voor jouw huidige onderzoek:
“Het CBR heeft op grond van de wet dus geen taak bij deze certificering.”
Daarna staat:
“Het CBR kan zich daarom niet zonder link met een andere bevoegdheid een rol ten aanzien van certificering aanmeten, ook niet door bijvoorbeeld een stichting op te richten.” CBR
En dan komt de passage over voordelen voor gecertificeerde rijscholen
Dit is volgens mij voor jouw onderzoek naar het Nationaal Leerplan Rijopleiding B bijzonder relevant.
Pels Rijcken stelt dat certificering alleen voordelen kan opleveren wanneer er sprake is van een toezichtrelatie. Maar:
“Hier heeft het CBR geen toezichthoudende taak op opleiders.”
Daarom kan het CBR volgens de landsadvocaat geen voordelen aan gecertificeerde opleiders geven. Vervolgens noemt Pels Rijcken expliciet het voorbeeld van examens reserveren:
“Het bieden van een goede opleiding lijkt ons geen goede grond om bijvoorbeeld verschil te maken in de mogelijkheden om examens te reserveren.” CBR
En vervolgens wordt zelfs wachttijdenverkorting genoemd. Pels Rijcken schrijft dat dit niet voor de hand ligt omdat er geen verband bestaat met het toezichtproces en mogelijk sprake kan zijn van marktverstoring. CBR
Dit geeft een heel interessant juridisch document
De kern van het advies uit 2018 is dus:
| Onderwerp | Conclusie Pels Rijcken |
|---|---|
| Opleiding bestuurders rijbewijs B | Geen taak CBR |
| Toezicht op rijscholen/opleiders | Geen taak CBR |
| Directe bevoegdheid tegenover rijscholen | Geen |
| Certificering rijopleidingen B | Geen wettelijke bevoegdheid |
| Certificering rijinstructeurs | Bevoegdheid bij IBKI, niet CBR |
| Voordelen voor gecertificeerde opleiders | Alleen bij een wettelijke toezichtrelatie |
| Verschillende mogelijkheden om examens te reserveren | Geen goede grond vanwege goede opleiding |
| Wachttijdenverkorting wegens certificering | Niet voor de hand liggend |
| CBR als deskundige/waarnemer bij branchecertificering | Wel voorstelbaar |
Deze conclusies staan rechtstreeks in het oorspronkelijke advies. CBR
Dit is dus veel sterker dan de eerder gevonden CBR-brief uit 2019: we hebben nu het daadwerkelijke juridische advies van de landsadvocaat zelf.

