OPINIE | Bij het CBR ingeschreven rijscholen schrikken wakker als ze hún zelfstandigheid kwijt zijn!

Wie stuurt straks de rijopleiding aan: de bij het CBR ingeschreven rijschool of het CBR?

Leestijd: 2 minuten

column geschreven door: Henrie Kamps, voorzitter VCBA

De discussie over het Nationaal Leerplan Rijopleiding B gaat ogenschijnlijk over kwaliteit. Over betere voorbereiding, duidelijke leerdoelen en meer structuur. Daar zal vrijwel niemand principieel op tegen zijn. Maar achter die fraaie woorden schuilt een veel fundamentelere vraag: wie heeft straks de regie over de rijopleiding?

Tot nu toe was die rol helder verdeeld. De rijschool leidt op, de rijinstructeur beoordeelt of een leerling klaar is voor het praktijkexamen en het CBR toetst vervolgens onafhankelijk of die inschatting klopt. Dat is een logisch systeem. Opleiden en examineren zijn bewust van elkaar gescheiden om belangenverstrengeling te voorkomen.

Met het Nationaal Leerplan lijkt die scheidslijn echter te vervagen.

Wanneer een leerling eerst allerlei verplichte leerdoelen en fasen moet afronden voordat een examen kan worden aangevraagd, ontstaat automatisch de vraag wie uiteindelijk vaststelt dat aan die voorwaarden is voldaan. Als het CBR daar de doorslaggevende stem in krijgt, verandert de rol van het instituut ingrijpend. Dan bepaalt het CBR niet langer alleen of iemand slaagt of zakt, maar ook wanneer iemand überhaupt examen mág doen.

Dat is geen detail. Dat is een fundamentele verschuiving van macht.

Opmerkelijk is dat Emile Roemer in zijn rapport Van Rijles naar Rijonderwijs juist een andere richting adviseerde. Hij stelde voor een onafhankelijke organisatie op te richten die toezicht zou houden op rijopleidingen. Daarmee zou de noodzakelijke scheiding tussen opleiden en examineren behouden blijven. Dat advies is uiteindelijk niet overgenomen. In plaats daarvan lijkt steeds meer verantwoordelijkheid bij het CBR terecht te komen.

Juist daarom is waakzaamheid geboden.

Het CBR heeft immers een wettelijke taak: examens afnemen. Niet het ontwikkelen, aansturen of controleren van rijopleidingen. De discussie rondom de Rijopleiding In Stappen (RIS) liet al eerder zien hoe gevoelig die grens ligt. Critici wezen er destijds op dat het CBR zich met een eigen opleidingsconcept op een terrein begaf dat buiten zijn kerntaak lag. Dat maakt de huidige ontwikkelingen extra beladen.

Voor duizenden zelfstandige rijscholen staat veel meer op het spel dan een nieuw leerplan. Hun professionele autonomie komt in beeld. Een rijinstructeur die jarenlang investeert in vakkennis, ervaring en persoonlijke begeleiding dreigt steeds minder zelf te kunnen bepalen wanneer een leerling klaar is voor het examen. Daarmee verschuift het vak van professioneel opleider naar uitvoerder van door een exameninstituut vastgestelde processen.

Dat heeft niet alleen gevolgen voor ondernemers, maar ook voor consumenten. Concurrentie tussen verschillende lesmethoden en opleidingsvisies maakt plaats voor steeds meer uniformiteit. Innovatie en maatwerk dreigen ondergeschikt te worden aan centrale sturing.

Daar komt nog een praktisch aspect bij. Veel rijscholen zijn tegenwoordig bij het CBR ingeschreven omdat zij via het Opleidersportaal examens kunnen reserveren. Maar wanneer het CBR in de toekomst zelf bepaalt wanneer een kandidaat examen mag doen, verliest die inschrijving een belangrijk deel van haar oorspronkelijke functie. Het reserveren van examens kan immers ook plaatsvinden via onafhankelijke Rijschool Administratie Kantoren (RAK’s), zonder dat een rijschool rechtstreeks aan het CBR verbonden hoeft te zijn.

Misschien is dat wel de vraag die de branche zichzelf nu moet stellen. Niet of het Nationaal Leerplan goede bedoelingen heeft, maar of Nederland werkelijk wil dat één organisatie steeds meer invloed krijgt op zowel de opleiding als het examen.

Want zodra één partij bepaalt hoe iemand leert, wanneer iemand examen mag doen én of iemand uiteindelijk slaagt, is de onafhankelijke scheiding tussen opleiden en examineren niet langer vanzelfsprekend.

En juist die scheiding was ooit bedoeld om de kwaliteit én de onafhankelijkheid van het rijonderwijs te beschermen. Dat zou in de discussie over het Nationaal Leerplan niet uit het oog verloren mogen worden.

Eerdere columns

COLUMN | Brancheorganisaties vertegenwoordigen maar 10% van de rij-instructeurs en zijn niet kritisch over de gevolgen van het Nationaal Leerplan Rijopleiding!

Brancheorganisaties als BOVAG en de Koepel Rijopleiding en Verkeerseducatie (KRV) vertegenwoordigen nog geen 10 procent van de rijscholen en rijinstructeurs …

COLUMN | Het CBR is geen onderdeel van de wetgevende macht en lapt de wet met grote regelmaat aan haar laars!

Er bestaat in Nederland een eenvoudig uitgangspunt: wie overheidsgezag uitoefent, moet zich aan de wet houden. Het klinkt bijna te …

COLUMN | Verplichte tussentijds toets is het begin van het einde voor rijscholen met inschrijving CBR!’

Ik heb op zichzelf niets tegen het fenomeen van de tussentijdse toets. Begrijp me goed. Waar ik al jaren voor …

COLUMN | Betonrot!

Volgens Thom de Graaff, D66-politicus, dreigt ons gave land bestuurloos te worden. Een minderheidskabinet of een meerderheid lijkt daarbij nauwelijks …