door: Henrie Kamps, voorzitter VCBA
Henrie Kamps is voormalig rijschoolhouder en deed onderzoek naar misstanden binnen het CBR. Jarenlang werd hij net als eerdere klokkenluiders door het CBR geïntimideerd en gecriminaliseerd. Vanaf 1 juli 2026 is hij voorzitter van de Vereniging Consumentenbelang Autorijbewijs (VCBA).
Wie nog twijfelde, hoeft na de uitspraken van de directeur van IBKI – in het tv-programma KASSA, niet langer te twijfelen. Als het aan het ministerie ligt, zal het CBR na 2028 gaan bepalen aan wie het vanaf dat moment praktijkexamens verkoopt. In de plannen voor het Nationaal Leerplan Rijopleiding, die nog door de Tweede en Eerste Kamer moeten worden behandeld, wordt geregeld dat het CBR over enkele jaren bepaalt of een WRM-instructeur of rijschool het predicaat ‘door het CBR erkend’ krijgt.
Het is nog maar de vraag of de Raad van State instemt met deze ongekende overheidsbemoeienis. Temeer omdat het CBR in de voorbije decennia meermaals onder verscherpt toezicht werd gesteld vanwege chaos en misstanden. Het CBR hoort al jaren in het rijtje UWV, Belastingdienst en CBR.
Wie herinnert zich niet de chaos in de periode van 2022 tot en met 2025, waarbij jongeren die klaar stonden om het praktijkexamen te gaan doen, tot wel 26 weken moesten wachten op een examenplek? De maatschappelijke schade is door deskundigen geschat op bijna een kwart miljard euro, omdat honderderdduizenden jongeren (onnodig) extra lesuren moesten kopen om de CBR reserveringstermijn – die maar liefst 3 keer de KPI bedroeg – genoodzaakt waren om soms tot wel 500 euro extra rijlessen in te kopen, om de rijvaardigheid in het half jaar onnodig wachten op peil te houden.
Dit laatste heeft niet geleid tot een derde onder verscherpt toezichtstelling, maar dat heeft het CBR volgens critici alleen maar te danken aan de manier waarop de vorige algemeen directeur de waarheid wist te verhullen. Het was politieke sluwheid, manipulatie en beeldvorming die er voor zorgde dat de Tweede Kamer nooit de waarheid hoorde.
Alexander Pechtold stond al vóór zijn benoeming bij het CBR bekend als D66-partijleider die ‘vergat’ een door een Canadese diplomaat geschonken appartement in het zo gewilde Scheveningen te vermelden in het register van de Tweede Kamer. Drie kaartjes voor de show van Jochem Myjer meldde de huidige burgemeester van Delft destijds wél in dat register, waarin ‘Den Haag’ schenkingen moet vermelden. Een geschonken appartement hoefde naar zijn mening niet gemeld te worden. Tja. Een onderzoek van het Openbaar Ministerie leidde niet tot strafvervolging, vanwege ‘gebrek aan bewijs’
Het is bijzonder en veelzeggend wanneer over enkele jaren datzelfde CBR gaat bepalen wie er als WRM-instructeur of rijschool het predicaat ‘Erkend door het CBR’ krijgt. Zeker omdat de wet tot op de dag van vandaag bepaald dat het CBR zich niet met de rijopleiding mag bemoeien!
Het is des te opmerkelijker omdat voormalig SP-partijleider Emile Roemer in zijn onderzoek Van rijles tot rijonderwijs juist de aanbeveling deed om alles rond de rijopleiding, het toezicht op rijscholen en instructeurs en consumentenklachten níét bij het CBR onder te brengen. Daarvoor zou een nieuwe instantie moeten worden opgericht: de Curriculum Commissie Autorijonderwijs.
Topambtenaren en ongetwijfeld de Delftse burgemeester hebben juist dat deel uit het zo vaak geprezen onderzoek van Emile Roemer geschrapt en boven op de vuile was bij het CBR gegooid.
Ik adviseer de bijna 10.000 WRM-instructeurs die straks niet door het CBR ‘erkend’ gaan worden, omdat ze geen tweeduizend euro wilden uitgeven om CRIF (voorheen RIS) gecertificeerd te worden, op zoek te gaan naar de ‘mazen in de wet’.
Dat is niet verboden, want dat is wat het CBR al jaren doet door een rijopleiding te ontwikkelen, te exploiteren en te bevoordelen. Dat blijkt alleen al uit het advies dat de landsadvocaat de CBR-directie in het verleden gaf. Het CBR had en heeft tot op de dag van vandaag geen wettelijk mandaat om zich te bemoeien met de rijopleiding.


