COLUMN | BOVAG en KRV laten tienduizend WRM instructeurs in de steek!

Volgens VCBA zal het rijbewijs na de eventuele wettelijke verplichtstelling in 2029 meer dan €4000 bedragen en zal de helft van de jongeren tussen de 16 en 21 jaar de rijopleiding en bijkomende kosten van het CBR niet zelfstandig betalen.

Leestijd: 3 minuten

door: Henrie Kamps, voorzitter VCBA

Henrie Kamps is voormalig rijschoolhouder en deed onderzoek naar misstanden binnen het CBR. Jarenlang werd hij net als eerdere klokkenluiders door het CBR geïntimideerd en gecriminaliseerd. Vanaf 1 juli 2026 is hij voorzitter van de Vereniging Consumentenbelang Autorijbewijs (VCBA). 

De invoering van het Nationaal Leerplan Rijopleiding B roept steeds meer vragen op over de rol van de organisaties die zeggen de rijschoolbranche te vertegenwoordigen. Vooral de opstelling van BOVAG en de Koepel Rijopleiding & Verkeerseducatie (KRV) valt op. Beide organisaties werken nauw samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) aan het programma Van Rijles naar Rijonderwijs en zijn betrokken bij de pilot met het Nationaal Leerplan.

Dat roept een principiële vraag op: wie bewaakt de belangen van de duizenden rijscholen en rijinstructeurs die niet bij deze organisaties zijn aangesloten? En wat de Vereniging Consumentenbelang Autorijbewijs (VCBA) nog meer zorgen baart, waarom wijzen BOVAG en KRV er niet op dat al die door topambtenaren bedachte en opgedrongen extra regeldruk vooral gebaseerd is op drijfzand?

BOVAG en KRV vertegenwoordigen samen slechts een minderheid van de branche. Volgens schattingen waarover in de rijschoolbranche wordt gesproken, gaat het om minder dan tien procent van de rijscholen en instructeurs. Juist daarom zou van deze organisaties mogen worden verwacht dat zij niet alleen meewerken aan overheidsplannen, maar ook kritisch onderzoeken welke gevolgen nieuwe regelgeving heeft voor ondernemers, instructeurs en leerlingen.

De Koepel KRV en BOVAG zijn geen vakbonden, dus ze kunnen niet spreken en onderhandelen namens de overige 90% van de branche. Ze worden door het CBR en het Directoraat Generaal vooral ingezet om de indruk te wekken dat er wordt gesproken met ‘de polder’.

Met 'de polder' (of het poldermodel) bedoelt men in de politiek de Nederlandse overleg- en samenwerkingscultuur, maar daarvan is geen sprake als 90% van de branche niet wordt vertegenwoordigd.

Het is daarom des te belangrijker extra kritisch te kijken naar de onderbouwing voor het Nationaal Leerplan Rijopleiding omdat een wettelijk verplicht Nationaal Leerplan de vrijheid van rijscholen en instructeurs aanzienlijk kan beperken. De vraag zou daarom niet alleen moeten zijn óf een nieuw leerplan aantrekkelijk klinkt, maar vooral welke wetenschappelijke onderbouwing er bestaat voor de noodzaak ervan, welke problemen ermee worden opgelost en wat de financiële gevolgen voor leerlingen zijn. Wat is er waar van de bewering dat het CBR Slagingspercentage een fake is? Is er wetenschappelijk bewijs dat een staats-gecontroleerde rijopleiding bijdraagt aan hogere verkeersveiligheid? Hoe verhouden de plannen zich tot Europese wet- en regelgeving en ons omringende landen?

Welke taak heeft het CBR eigenlijk?

Ook de positie van het CBR verdient veel aandacht. In artikel 4aa van de Wegenverkeerswet 1994 worden de wettelijke taken van het CBR opgesomd. Daaronder vallen onder meer het beoordelen van rijvaardigheid en geschiktheid en het afnemen van examens. Een wettelijke taak om de inhoud of methode van de rijopleiding voor te schrijven staat daar niet tussen. Beide Directeuren Generaal van de ministerie, Kees van der Burg en Marion Smit, weten dat en zijn meerdere malen sinds 2023 door VCBA schriftelijk geïnformeerd.

Dat onderscheid is essentieel. Het CBR beoordeelt uiteindelijk of iemand rijvaardig genoeg is om het rijbewijs te behalen. Dat is iets anders dan bepalen hóé een leerling door een rijschool moet worden opgeleid.

Daar komt een opmerkelijke uitspraak van Geertje Hegeman, hoofd Verkeersveiligheid bij IenW, bij. Volgens berichtgeving over haar optreden in een televisieprogramma heeft zij aangegeven dat er geen overtuigend wetenschappelijk bewijs bestaat voor een rechtstreeks verband tussen het volgen van rijlessen en een hogere verkeersveiligheid.

Als die constatering uitgangspunt is, ligt het voor de hand om zeer kritisch te kijken naar de redenering dat een omvangrijk en mogelijk verplicht nieuw opleidingsstelsel noodzakelijk is om de verkeersveiligheid te verbeteren.

Jongeren betalen de rekening

Nederlandse jongeren betalen nu al een hoge prijs voor het behalen van hun rijbewijs. Uit onderzoek dat in 2025 werd uitgevoerd kwam een gemiddelde van ongeveer €3.320 naar voren, waarvan circa €2.528 voor rijlessen. Volgens VCBA zal het rijbewijs na de eventuele wettelijke verplichtstelling in 2029 meer dan €4000 bedragen en zal de helft van de jongeren tussen de 16 en 21 jaar de rijopleiding en bijkomende kosten van het CBR niet zelfstandig betalen.

In andere Europese landen bestaan bovendien verschillende routes naar het rijbewijs. Volgens SWOV verschillen de opleidingssystemen in Nederland, Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk aanzienlijk. In België is het bijvoorbeeld mogelijk een rijbewijs te behalen zonder verplicht een minimumaantal lessen bij een erkende rijschool te volgen. Ook de Europese Unie schrijft geen uniform systeem van rijopleidingen voor.

Wanneer Nederland bovenop het bestaande systeem een wettelijk verplicht Nationaal Leerplan invoert, moet daarom overtuigend worden aangetoond dat de extra verplichtingen daadwerkelijk noodzakelijk zijn. Anders dreigt een situatie waarin Nederlandse jongeren opnieuw extra kosten maken voor een systeem waarvan het directe effect op verkeersveiligheid onvoldoende is aangetoond.

Van organisaties die zeggen de branche te vertegenwoordigen mag dan ook meer worden verwacht dan deelname aan een overheidsproject. Hun eerste verantwoordelijkheid zou moeten zijn om kritisch te controleren of nieuwe regelgeving proportioneel, betaalbaar, uitvoerbaar én wetenschappelijk onderbouwd is.

Want als die kritische controle ontbreekt, bestaat het risico dat de branche niet alleen een nieuw leerplan krijgt, maar ook een forse nieuwe regeldruk — terwijl uiteindelijk vooral de jonge leerling de rekening betaalt.

andere berichten over dit onderwerp

Rijschoolwereld zet vraagtekens bij nieuwe CBR-plannen: van schrappen naar verplichten?

Het promoten van de tussentijdse toets (TTT) leidt op sociale media tot opvallend kritische reacties vanuit de rijschoolwereld. De kern …

COLUMN | Verplichte tussentijds toets is het begin van het einde voor rijscholen met inschrijving CBR!’

deze column werd op 1 juli 2026 gepubliceerd Ik heb op zichzelf niets tegen het fenomeen van de tussentijdse toets …

CBR-rapport ‘Stand van de examinering van praktijkexamen B’ roept vragen op: feiten of beïnvloeding van de politiek?

Het CBR heeft gisteren voor het eerst een afzonderlijke publicatie uitgebracht over de stand van de examinering van het praktijkexamen …

‘Topambtenaren ministerie I&W, Kees van der Burg en Marion Smit, zijn verantwoordelijk voor misleiding Tweede Kamer!’

Topambtenaren Kees van der Burg en Marion Smit van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn al jarenlang op de …

Hoe kon het CBR jarenlang een taak uitvoeren waarvoor het geen wettelijke bevoegdheid had?

Het CBR heeft jarenlang WRM-praktijkbijscholing uitgevoerd voor eigen medewerkers en voor RIS-gecertificeerde rijinstructeurs. Volgens journalisten wist de CBR-directie al geruime …

VCBA maakt brief openbaar waarin de Tweede Kamer wordt gevraagd om onderzoek naar de rol van top ministerie I&W bij niet en/of bewust verkeerd informeren parlement!

De Vereniging Consumentenbelang Autorijbewijs (VCBA) heeft de Tweede Kamer schriftelijk gevraagd onderzoek te doen naar de directe betrokkenheid van DG’s …
Aan het laden...