Op 14 december 2023 sprak Emile Roemer tijdens een symposium met vertegenwoordigers van de rijschoolbranche over zijn rapport Van rijles naar rijonderwijs. De boodschap was duidelijk: rijinstructie is een vak en de kwaliteit van het rijonderwijs moet structureel worden verbeterd. Maar Roemer benoemde daarbij ook een belangrijke voorwaarde die in de huidige discussie gemakkelijk naar de achtergrond verdwijnt: de oprichting van een onafhankelijke Curriculum Commissie Autorijonderwijs (CCA).
bij het schrijven van dit artikel is gebruik gemaakt van AI
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, het CBR en IBKI verwijzen regelmatig naar het rapport van Emile Roemer om ingrijpende veranderingen in de rijschoolbranche te rechtvaardigen. Maar wie de uitspraken van Roemer uit december 2023 serieus neemt, moet zich afvragen of de huidige koers met het Nationaal Leerplan Rijopleiding B wel in overeenstemming is met zijn oorspronkelijke aanbevelingen.
Volgens het verslag dat de brancheorganisatie LBKR van deze bijeenkomst publiceerde, benadrukte Roemer dat de CCA bevoegdheden moest krijgen om op te treden. Toen de LBKR hem voorhield dat de commissie vanwege de kosten officieel was afgeschoten, bleef zijn antwoord onverminderd duidelijk: de CCA was een voorwaarde voor een succesvolle uitvoering van zijn rapport. Desnoods moest klein worden begonnen. Ook waarschuwde hij tegen het selectief uitvoeren van zijn aanbevelingen. Aan de onafhankelijkheid en kwaliteitseisen mocht niet worden getornd.
Onafhankelijkheid was geen bijzaak
De betekenis daarvan is groot. In de oorspronkelijke opzet moest de CCA onder meer het nationale leerplan vaststellen, toezicht houden op de kwaliteit van rijscholen en bijdragen aan de samenhang tussen opleiding, examinering en de opleiding van rijinstructeurs. De commissie moest onafhankelijk van het CBR en IBKI functioneren.
Juist die onafhankelijkheid is van belang wanneer organisaties die zelf een rol spelen bij de opleiding, examinering of certificering ook invloed krijgen op de beoordeling van rijopleiders. Een rijinstructeur moet zijn vak kunnen uitoefenen vanuit professionele deskundigheid, zonder dat de inhoudelijke keuzes uitsluitend worden bepaald door de organisaties die later zijn prestaties beoordelen.
Het ministerie koos een andere koers
In de verdere uitwerking van het advies is gekozen voor een andere aanpak. Het ministerie liet onderzoeken of de publieke taken van de CCA bij bestaande organisaties konden worden ondergebracht. Vervolgens kregen onder meer het CBR en IBKI taken bij de uitwerking van het Nationaal Leerplan Rijopleiding B en het toezicht op de kwaliteit van rijinstructeurs.
In de kabinetsstukken is onder meer beschreven dat IBKI de vakbekwaamheid van instructeurs zou kunnen beoordelen aan de hand van gegevens uit een leerlingvolgsysteem. Een zeer laag slagingspercentage zou bijvoorbeeld aanleiding kunnen zijn voor nader onderzoek. Ook is voorgesteld de mogelijkheden voor sancties uit te breiden.
Dat zijn ingrijpende ontwikkelingen. Ze raken niet alleen de kwaliteit van het rijonderwijs, maar ook de professionele zelfstandigheid en rechtspositie van rijinstructeurs.
Een leerplan is nog geen onafhankelijk toezicht
Een nationaal leerplan kan duidelijkheid bieden over de vaardigheden die leerlingen moeten ontwikkelen. Het kan ook bijdragen aan een betere samenhang tussen theorie, praktijk en examen. Maar daarmee is nog niet geregeld wie onafhankelijk controleert of de uitvoering eerlijk, proportioneel en inhoudelijk verantwoord plaatsvindt.
De vraag is daarom niet of kwaliteitsverbetering wenselijk is. De vraag is of het verantwoord is om meer bevoegdheden en beoordelingsmogelijkheden bij bestaande organisaties te leggen zonder eerst de onafhankelijke waarborgen te realiseren die Roemer noodzakelijk achtte.
Daarbij verdient ook de positie van de rijschoolbranche aandacht. Als instructeurs worden beoordeeld op basis van gegevens zoals slagingspercentages, moeten de betrouwbaarheid, context en interpretatie van die gegevens controleerbaar zijn. Een slagingspercentage kan immers niet zonder meer als een objectieve maatstaf voor de kwaliteit van één instructeur worden beschouwd.
Een waarschuwing aan de rijschoolwereld
Rijscholen en rijinstructeurs doen er verstandig aan zich niet uitsluitend te laten overtuigen door verwijzingen naar het rapport-Roemer. Zij moeten ook kijken naar welke aanbevelingen daadwerkelijk worden uitgevoerd, welke onderdelen achterwege blijven en welke bevoegdheden uiteindelijk bij welke organisaties terechtkomen.
De LBKR heeft in haar verslag van december 2023 expliciet vastgelegd dat Roemer de onafhankelijke CCA als voorwaarde beschouwde voor een succesvolle uitvoering van zijn rapport. Dat is een belangrijk gegeven in de huidige discussie over het Nationaal Leerplan Rijopleiding B.
Het ministerie, IBKI en het CBR moeten daarom duidelijk maken hoe de onafhankelijkheid van rijopleiders wordt gewaarborgd wanneer zij meer invloed krijgen op leerdoelen, toetsing, gegevensverwerking en toezicht.
Wie het rapport-Roemer als legitimatie gebruikt voor strengere eisen aan rijscholen en rijinstructeurs, kan niet tegelijkertijd de onafhankelijkheid die Roemer noodzakelijk achtte als een ondergeschikt punt behandelen. Kwaliteitsverbetering vraagt niet alleen om regels en toezicht, maar ook om onafhankelijke controle op degenen die die regels uitvoeren.
De rijschoolbranche moet zich dan ook kritisch afvragen of de huidige uitvoering nog recht doet aan de oorspronkelijke bedoeling van Roemer. Want zonder voldoende onafhankelijkheid dreigt een hervorming die bedoeld is om het rijonderwijs te verbeteren, vooral de greep van bestaande organisaties op de beroepspraktijk van rijinstructeurs te vergroten.
Bronnen: LBKR, ‘Highlights KRV-symposium’, 14 december 2023; Tweede Kamer, Kamerstuk 29 398, nr. 1080, over de verkenning naar nieuwe publieke taken in de rijschoolbranche; Kamerbrief over de voortgang van het advies-Roemer en het Nationaal Leerplan Rijopleiding B.




