De komende jaren zullen steeds meer autorijscholen zich moeten afvragen of zij nog langer als bij het CBR ingeschreven rijschool willen blijven opereren. Volgens de Vereniging Consumentenbelang Autorijbewijs (VCBA) is het risico reëel dat het CBR uiteindelijk steeds meer invloed krijgt op de dagelijkse bedrijfsvoering van rijscholen, waaronder het moment waarop een leerling praktijkexamen mag doen.
Die waarschuwing volgt uit een onderzoek dat de VCBA samen met voormalig rijschoolhouder en klokkenluider Henrie Kamps heeft uitgevoerd naar de digitalisering binnen de rijschoolbranche en de ontwikkeling van het zogenoemde Leerling Volg Systeem (LVS).
Van exameninstituut naar regisseur van de rijopleiding?
Van oudsher heeft het CBR een duidelijk omschreven publieke taak: het afnemen van theorie- en praktijkexamens en het beoordelen van de rijvaardigheid van kandidaten. De opleiding zelf behoort tot de verantwoordelijkheid van de rijschool en de rijinstructeur. Dat uitgangspunt sluit ook aan bij de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993, die de bevoegdheid tot het geven van rijonderricht regelt.
Volgens de VCBA is de scheidslijn tussen opleiden en examineren de afgelopen jaren echter steeds verder vervaagd. Door de ontwikkeling van het Leerling Volg Systeem zou het CBR steeds meer inzicht krijgen in de voortgang van leerlingen en daarmee ook invloed kunnen uitoefenen op het moment waarop kandidaten voor een praktijkexamen worden voorgedragen.
Geen wettelijke taak
De VCBA stelt dat het begeleiden of volgen van individuele leerlingen tijdens hun rijopleiding geen wettelijke taak van het CBR is. Volgens de belangenorganisatie hoort de beoordeling of een leerling examengereed is uitsluitend thuis bij de bevoegd rijinstructeur die de opleiding verzorgt.
“Wanneer een exameninstituut zich gaat bemoeien met de inhoud en voortgang van de rijopleiding ontstaat een fundamenteel andere machtsverhouding,” aldus de onderzoekers. “Daarmee verschuift de regie van de ondernemer naar een overheidsorganisatie.”
Toenemende afhankelijkheid
Volgens de onderzoekers ontstaat hierdoor een steeds grotere afhankelijkheid van digitale systemen die door het CBR worden beheerd. Rijscholen zouden daardoor steeds minder zelfstandig kunnen bepalen wanneer een leerling klaar is voor het praktijkexamen.
De VCBA vreest dat uiteindelijk een situatie kan ontstaan waarin het CBR niet alleen de examens afneemt, maar ook feitelijk bepaalt wanneer een kandidaat daarvoor in aanmerking komt. Dat zou volgens de organisatie een ingrijpende wijziging betekenen van de huidige rolverdeling binnen de rijschoolbranche.
Oproep aan rijscholen
De consumentenorganisatie roept rijschoolhouders daarom op kritisch te kijken naar hun positie en zich tijdig te verdiepen in alternatieven wanneer zij hun zelfstandigheid willen behouden.
Volgens de VCBA staat er meer op het spel dan alleen digitalisering. “Wie de gegevens beheert, bepaalt uiteindelijk ook de spelregels. Wanneer een exameninstituut toegang krijgt tot alle opleidingsinformatie, ontstaat automatisch meer invloed op het opleidingsproces.”
De organisatie pleit daarom voor een brede maatschappelijke en politieke discussie over de vraag hoever de rol van het CBR mag reiken. Volgens de VCBA moet voorkomen worden dat een exameninstituut zich ontwikkelt tot een organisatie die niet alleen toetst, maar ook de regie voert over de rijopleiding.





