Er zijn van die handelingen die op het eerste gezicht onschuldig lijken. Een examinator stapt in, de leerling maakt zich klaar voor het praktijkexamen en het tweede gaspedaal wordt buiten werking gesteld. Even een kabel los of een andere technische ingreep. Daarna begint de examenrit.
Maar voor de rijschoolhouder kan dat ogenschijnlijk kleine moment grote gevolgen hebben.
Ons advies is daarom simpel: maak als rijschoolhouder nooit zelf het gaspedaal van de dubbele bediening onklaar.
Niet omdat een examen daarmee onmogelijk wordt, maar omdat je daarmee een veiligheidsvoorziening buiten werking stelt en tegelijkertijd een ingewikkelde vraag over verantwoordelijkheid kunt creëren: wie draait er voor de gevolgen op als het tijdens die rit misgaat?
Die vraag is allesbehalve theoretisch.
Stel dat een kandidaat op een spoorwegovergang stilvalt. Of in paniek raakt. De examinator zit naast de bestuurder, maar kan vanaf de bijrijdersplaats niet meer beschikken over een werkend gaspedaal. Wat gebeurt er wanneer iedere seconde telt?
Of neem een andere situatie. Een kandidaat moet invoegen op de snelweg, maar brengt de auto onvoldoende op snelheid. De ruimte om in te voegen wordt kleiner. Achteropkomend vrachtverkeer nadert met hoge snelheid. De examinator wil ingrijpen, maar het tweede gaspedaal is buiten werking gesteld.
Dan is de vraag niet meer of het prettig is om een dubbele bediening te hebben. Dan gaat het over de vraag of een veiligheidsvoorziening bewust buiten werking is gesteld.
En juist daar ligt een potentieel enorm risico voor de rijschoolhouder.
De les van Kris Kalloe
Wie wil begrijpen wat er financieel op het spel kan staan, hoeft alleen maar naar het verhaal van voormalig Haagse rijschoolhouder Kris Kalloe te kijken.
Kalloe was eigenaar van CityLine, destijds een van de grotere autorijscholen in Den Haag. Volgens zijn relaas werd een lesauto van zijn rijschool op een spoorwegovergang geraakt door twee passagierstreinen. De financiële gevolgen waren volgens Kalloe enorm: de Nederlandse Spoorwegen zouden ongeveer vijf miljoen euro aan schade hebben geclaimd.
Kalloe stelt bovendien dat het proces-verbaal van de politie de CBR-examinatrice als schuldige aanwees, terwijl het CBR hem als rijschoolhouder uiteindelijk toch met de financiële gevolgen liet zitten. Zijn relaas is dat deze schadeclaim uiteindelijk de ondergang van CityLine en zijn persoonlijk bankroet heeft ingeluid.
Over de precieze juridische aansprakelijkheidsverdeling rond die zaak kunnen uiteraard alleen de onderliggende processtukken en rechterlijke uitspraken definitief uitsluitsel geven. Maar juist dát maakt het verhaal zo belangrijk voor iedere rijschoolhouder.
Want stel dat er morgen iets vergelijkbaars gebeurt.
Wie heeft dan de technische voorziening uitgeschakeld?
Wie heeft besloten dat het tweede gaspedaal niet beschikbaar moest zijn?
Wie was verantwoordelijk voor de veiligheid van het voertuig?
En vooral: wat staat er op papier?
Een brief die iedere rijschoolhouder zou moeten lezen
Kalloe heeft hierover inmiddels ook de huidige algemeen directeur van het CBR, Nanouke van ’t Riet, aangeschreven. Het CBR heeft zich volgens berichtgeving over de kwestie uitgelaten naar aanleiding van Kalloes bezwaren tegen het buiten werking stellen van het tweede gaspedaal. Van ’t Riet trad op 1 april 2026 aan als algemeen directeur van het CBR.
Kalloe probeert daarmee precies de vraag op tafel te leggen die naar onze mening veel breder gesteld moet worden:
Waarom zou een rijschoolhouder het risico moeten dragen van een veiligheidsvoorziening die tijdens een CBR-examen buiten werking wordt gesteld?
Dat is geen administratieve vraag. Het is een ondernemersvraag. Een verzekeringsvraag. Een veiligheidsvraag. En uiteindelijk misschien zelfs een juridische vraag.
Denk aan de verzekeraar
Een rijschoolhouder die zelf aan de dubbele bediening gaat sleutelen, moet zich bovendien afvragen wat zijn verzekeraar daarvan vindt.
Een verzekeraar kijkt bij een ernstige schade niet alleen naar de vraag wie er achter het stuur zat. Ook kan relevant zijn hoe het voertuig technisch was uitgerust, wie een voorziening heeft uitgeschakeld en onder welke omstandigheden dat gebeurde.
Daarom zou iedere rijschoolhouder vóór een examenrit moeten kunnen aantonen:
- dat het voertuig technisch in orde was;
- dat de dubbele bediening correct functioneerde;
- wie het tweede gaspedaal heeft uitgeschakeld;
- waarom dat is gebeurd;
- en wie daarvoor verantwoordelijkheid heeft genomen.
Een mondelinge mededeling als “dat doen we altijd voor het examen” is bij een schade van enkele miljoenen euro’s natuurlijk geen veiligheidsprotocol.
De spoorwegovergang als nachtmerriescenario
Het meest huiveringwekkende scenario blijft de spoorwegovergang.
Een auto die op een spoorwegovergang tot stilstand komt, heeft geen tijd voor discussie. Dan moet iemand onmiddellijk kunnen handelen.
Een incident uit 2017 laat bovendien zien dat een spoorwegovergang tijdens een rijexamen geen theoretisch risico is. Bij Oisterwijk werd tijdens een praktijkexamen een lesauto door een trein geraakt; volgens berichtgeving wist de instructeur in de auto in te grijpen en de inzittenden ongedeerd te houden.
Precies daarom is de dubbele bediening geen decoratie.
Het is een veiligheidsinstrument.
En wie dat instrument bewust buiten werking stelt, moet zich realiseren dat daarmee ook de veiligheidsmarge kleiner wordt.
De rijschoolhouder moet zichzelf beschermen
De belangrijkste boodschap van deze column is daarom niet eens gericht aan het CBR.
Die is gericht aan de rijschoolhouder.
Bescherm jezelf.
Als iemand voorafgaand aan een CBR-examen vraagt om het tweede gaspedaal buiten werking te stellen, vraag dan om een schriftelijke instructie. Leg vast wie de handeling verricht. Vraag wie verantwoordelijk is voor de gevolgen. Controleer wat je verzekering hierover zegt.
En als je daar geen duidelijk antwoord op krijgt?
Doe het dan niet zelf.
Want wanneer er niets gebeurt, lijkt het allemaal onschuldig. De kandidaat doet examen, de auto komt terug en iedereen gaat naar huis.
Maar wanneer er wél iets gebeurt, verandert één losgekoppeld gaspedaal ineens in een mogelijk cruciaal onderdeel van een schadeonderzoek.
Dan wordt de vraag gesteld wie eraan heeft gezeten.
Wie heeft het uitgeschakeld?
Wie wist ervan?
Wie was verantwoordelijk?
En wie betaalt?
Het verhaal van Kris Kalloe laat volgens zijn eigen relaas zien hoe vernietigend de financiële gevolgen van een incident met een rijschoolauto kunnen zijn. Zijn voormalige rijschool CityLine ging ten onder en hij zegt persoonlijk failliet te zijn gegaan nadat een miljoenenclaim rond een treinbotsing hem trof.
Dat verhaal zou iedere rijschoolhouder wakker moeten houden.
Niet om angst te zaaien.
Maar omdat een rijschoolhouder niet alleen verantwoordelijk is voor het leren autorijden. Hij is óók ondernemer en moet zijn bedrijf beschermen tegen risico’s die hij misschien helemaal niet zelf heeft veroorzaakt.
Daarom nog één keer, heel eenvoudig:
Als het CBR tijdens een examen geen werkend tweede gaspedaal wil, laat de rijschoolhouder dat dan niet eigenhandig oplossen.
Want op het moment dat er iets misgaat, kan het verschil tussen “ik heb alleen maar gedaan wat gebruikelijk was” en “ik heb zelf een veiligheidsvoorziening uitgeschakeld” financieel en juridisch enorm zijn.
En een rijschoolhouder kan zich maar beter vóór de examenrit afvragen wie er verantwoordelijk is.
Niet erna.





