Het onklaar maken van (een deel van) de dubbele bediening van examenvoertuigen voorafgaand aan praktijkexamens verdient volgens deskundigen en betrokkenen veel meer aandacht dan het momenteel krijgt. Wanneer een examinator bewust de mogelijkheid uitschakelt om via de dubbele bediening in te grijpen, kan dat niet alleen leiden tot gevaarlijke verkeerssituaties, maar ook tot ingrijpende juridische en financiële gevolgen voor rijschoolhouders.
dit artikel is geschreven met behulp van kunstmatige intelligentie (AI)
De dubbele bediening is juist ontwikkeld als veiligheidsvoorziening. In noodsituaties moet een examinator direct kunnen ingrijpen wanneer een examenkandidaat onvoldoende of onjuist handelt. Zodra een onderdeel van die veiligheidsvoorziening buiten werking wordt gesteld, ontstaat de vraag wie de verantwoordelijkheid draagt wanneer zich vervolgens een ongeval voordoet.
Treinongeval tijdens praktijkexamen
Een ernstig praktijkexamen uit het verleden laat volgens betrokkenen zien welke gevolgen dat kan hebben.
Volgens het destijds opgemaakte proces-verbaal kwam een lesauto tijdens een praktijkexamen stil te staan op een spoorwegovergang nadat de motor was afgeslagen. Op dat moment rustte op de examinator de verantwoordelijkheid om de auto zo snel mogelijk van het spoor te krijgen. Dat gebeurde niet. De auto bleef op de spoorwegovergang staan en werd korte tijd later geramd door twee naderende passagierstreinen.
Uit het onderzoek bleek volgens het proces-verbaal dat de examinator voorafgaand aan het examen zelf het gaspedaal van de dubbele bediening had losgekoppeld. Daardoor kon zij op het beslissende moment geen gas geven om de auto van het spoor te rijden. Volgens het proces-verbaal werd de examinator verantwoordelijk gehouden voor deze handelwijze.

Financiële gevolgen voor de rijschoolhouder
Voor rijschoolhouder Kris Kalloe betekende het ongeval het begin van een langdurige juridische en financiële strijd.
Hoewel hij stelt geen invloed te hebben gehad op de technische ingreep aan de dubbele bediening, werd hij volgens zijn eigen relaas geconfronteerd met een schadeclaim van ongeveer vijf miljoen euro voor schade aan materieel en infrastructuur. Hij stelt dat hij hierdoor jarenlang in ernstige financiële problemen is geraakt.
Zijn ervaring illustreert een vraag die veel rijschoolhouders zich zouden moeten stellen: wie draait uiteindelijk op voor de schade wanneer een examinator vóór het examen wijzigingen aanbrengt aan een veiligheidsvoorziening van het examenvoertuig?
Verantwoordelijkheid
Juist op dit punt bestaat volgens juristen en verkeersdeskundigen een belangrijk aandachtspunt.
Wanneer een examinator vóór een examen zelf een veiligheidsvoorziening uitschakelt of wijzigt, ligt het voor de hand dat ook de verantwoordelijkheid voor de gevolgen van die handeling zorgvuldig wordt onderzocht. Tegelijkertijd kan een rijschoolhouder, als eigenaar van het voertuig, alsnog worden geconfronteerd met civiele aansprakelijkheidskwesties, verzekeringsproblemen of langdurige juridische procedures.
Dat maakt het onderwerp niet alleen relevant voor examenkandidaten, maar zeker ook voor rijschoolondernemers.
Kalloe: “Geen individuele beslissing”
Kalloe stelt dat het loskoppelen van het gaspedaal destijds geen op zichzelf staande beslissing van één examinator was. Volgens hem maakte deze werkwijze onderdeel uit van een bredere praktijk binnen het CBR. Dat wordt nog eens bevestigd door voormalig algemeen directeur Alexander Pechtold in zijn laatste schriftelijke reactie die hij in juni 2024 aan Kris Kalloe stuurt.


Vanaf 2024 heeft Kalloe naar eigen zeggen meerdere instanties benaderd, waaronder het CBR, het Directoraat-Generaal Mobiliteit, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Arbeidsinspectie, de Inspectie Leefomgeving en Transport en de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Hij vraagt daarbij aandacht voor de veiligheidsrisico’s die volgens hem ontstaan wanneer examinatoren voorafgaand aan praktijkexamens de dubbele bediening gedeeltelijk buiten werking stellen.
Zijn centrale waarschuwing luidt dat hierdoor niet alleen examenkandidaten en andere weggebruikers risico lopen, maar dat ook de examinator zelf in een noodsituatie niet meer kan ingrijpen.
Lessen voor de rijschoolbranche
Voor rijschoolhouders is dit onderwerp van groot belang.
Wanneer een examinator vóór aanvang van een praktijkexamen wijzigingen aanbrengt aan de dubbele bediening, is het verstandig dat hierover volledige duidelijkheid bestaat. Niet alleen vanuit verkeersveiligheid, maar ook vanwege mogelijke aansprakelijkheidskwesties.
Een ongeval kan immers verstrekkende gevolgen hebben voor alle betrokkenen. De vraag wie verantwoordelijk is voor een technische wijziging aan een veiligheidsvoorziening kan uiteindelijk bepalend zijn voor de afwikkeling van miljoenenclaims, verzekeringsgeschillen en civiele procedures.
Oproep tot onafhankelijk onderzoek
Het debat over de veiligheid van examenvoertuigen beperkt zich tot nu toe nauwelijks tot de publieke arena. Terwijl eerdere verkeersincidenten in Nederland aanleiding vormden voor uitgebreide onderzoeken en beleidswijzigingen, is er over de werkwijze rond de dubbele bediening tijdens CBR-praktijkexamens weinig openbaar onderzoek verschenen.
Juist daarom pleiten betrokkenen voor een onafhankelijk onderzoek naar de vraag of, en zo ja onder welke omstandigheden, onderdelen van de dubbele bediening voorafgaand aan praktijkexamens worden uitgeschakeld, welke veiligheidsafwegingen daaraan ten grondslag liggen en hoe de verantwoordelijkheden zijn verdeeld wanneer zich een ernstig incident voordoet.
Voor de rijschoolbranche is de boodschap helder: een goed functionerende dubbele bediening is niet alleen een veiligheidsvoorziening, maar kan ook van doorslaggevend belang zijn bij de juridische en financiële afwikkeling van een ernstig ongeval.





