‘Topambtenaren ministerie I&W, Kees van der Burg en Marion Smit, zijn verantwoordelijk voor misleiding Tweede Kamer!’

Ambtelijke top ministerie I&W verzwijgt al jarenlang wetsovertredingen en misstanden door CBR directie voor de Tweede Kamer !

Leestijd: 3 minuten

Topambtenaren Kees van der Burg en Marion Smit van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn al jarenlang op de hoogte van ernstige meldingen over onwettig handelen, misleiding en grensoverschrijdend gedrag binnen de directie van het CBR. Toch zouden deze signalen niet of onvoldoende onder de aandacht zijn gebracht van de Tweede Kamer. Uit documenten die op grond van de Wet open overheid (Woo) openbaar moesten worden gemaakt, ontstaat volgens onderzoekers het beeld dat de ambtelijke top niet alleen naliet in te grijpen, maar in sommige gevallen zelfs meewerkte aan een handelwijze die op gespannen voet staat met wet- en regelgeving en waarover de Tweede Kamer geïnformeerd had moeten worden. In plaats daarvan hadden beiden topambtenaren een actieve rol in wat wordt beschreven als de CBR Doofpotaffaire.

In 2021, 2022 en 2023 zouden Kaas van der Burg en Marion Smit, beiden directeur-generaal bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, meerdere malen per aangetekende brieven zijn geïnformeerd over ernstige kwesties rond het CBR. De meldingen betroffen onder meer mogelijk onwettig handelen, misleiding van consumenten en ernstig grensoverschrijdend gedrag door leden van de CBR-directie.

Volgens de aangevers bleef een onafhankelijk en diepgaand onderzoek naar de inhoud van deze meldingen echter uit. In plaats daarvan zouden personen die misstanden onder de aandacht brachten, zich geïntimideerd hebben gevoeld door DG Kees van der Burg. Ook zou zijn gedreigd met juridische maatregelen van het Directoraat Generaal. Daarmee ontstaat een pijnlijk beeld: niet de inhoud van de meldingen leek centraal te staan, maar de vraag hoe de melders konden worden gestopt.

Eigen rijopleiding zonder wettelijk mandaat?

Een van de meest opvallende kwesties betreft de rol van het CBR bij de rijopleiding. Uit beschikbare documenten en meldingen komt volgens critici naar voren dat het CBR jarenlang een eigen rijopleiding ontwikkelde en exploiteerde.

Dat staat in schril contrast met een uitspraak van Geertje Hegeman, destijds Hoofd Verkeersveiligheid bij het ministerie, die in 2021 in een interview aangaf dat het CBR geen wettelijk mandaat heeft om invloed uit te oefenen op de rijopleiding.

De vraag is dan ook waarom de hoogste ambtelijke leiding van het ministerie niet eerder aan de bel heeft getrokken. Als het CBR inderdaad activiteiten op het terrein van de rijopleiding ontplooide zonder daarvoor een duidelijke wettelijke grondslag te hebben, had dat aanleiding moeten zijn voor grondig onderzoek en volledige informatievoorziening aan de verantwoordelijke minister en de Tweede Kamer.

Misleidend slagingspercentage

Ook de discussie over het CBR-slagingspercentage zou door Van der Burg en Smit niet volledig onder de aandacht van de politieke leiding zijn gebracht. Er waren volgens melders herhaaldelijk signalen dat dit percentage misleidend kan zijn en door het CBR wordt gebruikt op een wijze die bij rijscholen een klimaat van angst en afhankelijkheid in stand houdt.

Het slagingspercentage heeft grote gevolgen voor rijschoolhouders. Een slechte score kan leiden tot reputatieschade en verlies van leerlingen. Juist daarom is het van groot belang dat consumenten en rijscholen kunnen vertrouwen op de betrouwbaarheid en betekenis van de cijfers.

Wanneer binnen het ministerie bekend was dat er serieuze twijfels bestonden over de wijze waarop deze percentages tot stand komen of worden gebruikt, rijst de vraag waarom hierover niet transparanter is gecommuniceerd met de minister en de Tweede Kamer.

Wie controleert de toezichthouder?

De kern van de kwestie is breder dan het CBR alleen. Het gaat om de vraag wat er gebeurt wanneer een zelfstandig bestuursorgaan jarenlang wordt beschuldigd van het overtreden van regels, terwijl de ambtelijke top van het verantwoordelijke ministerie van die signalen op de hoogte is.

Van hoge ambtenaren mag worden verwacht dat zij mogelijke misstanden niet wegdrukken, maar onderzoeken en – wanneer de ernst van de situatie dat vereist – tijdig escaleren naar de politieke leiding. De Tweede Kamer kan haar controlerende taak immers alleen uitvoeren wanneer zij volledig en juist wordt geïnformeerd.

De documenten die in het kader van de Wet open overheid openbaar zijn of hadden moeten worden gemaakt, roepen volgens betrokkenen daarom fundamentele vragen op. Wisten Van der Burg en Smit van de meldingen? Wat hebben zij met die informatie gedaan? Is de minister volledig geïnformeerd? En waarom zijn ernstige signalen over mogelijk onwettig handelen en misleiding niet zichtbaar onderwerp geworden van een onafhankelijk onderzoek?

Zolang die vragen onbeantwoord blijven, blijft boven de kwestie één ongemakkelijke gedachte hangen: is hier sprake geweest van falend toezicht, of van een ambtelijke cultuur waarin het beschermen van de organisatie belangrijker werd geacht dan het blootleggen van mogelijke misstanden?

Voor een democratische rechtsstaat zou slechts één antwoord aanvaardbaar moeten zijn: serieuze meldingen over mogelijke wetsovertredingen moeten worden onderzocht, niet verzwegen. En wanneer topambtenaren beschikken over informatie die van belang is voor de politieke verantwoordelijkheid, behoort die informatie niet in een dossierkast te verdwijnen, maar op tafel te komen bij de minister en – waar nodig – bij de Tweede Kamer.

Downloaden

andere berichten over dit onderwerp

Hoe kon het CBR jarenlang een taak uitvoeren waarvoor het geen wettelijke bevoegdheid had?

Het CBR heeft jarenlang WRM-praktijkbijscholing uitgevoerd voor eigen medewerkers en voor RIS-gecertificeerde rijinstructeurs. Volgens journalisten wist de CBR-directie al geruime …

VCBA maakt brief openbaar waarin de Tweede Kamer wordt gevraagd om onderzoek naar de rol van top ministerie I&W bij niet en/of bewust verkeerd informeren parlement!

De Vereniging Consumentenbelang Autorijbewijs (VCBA) heeft de Tweede Kamer schriftelijk gevraagd onderzoek te doen naar de directe betrokkenheid van DG’s …

COLUMN | Brancheorganisaties vertegenwoordigen maar 10% van de rij-instructeurs en zijn niet kritisch over de gevolgen van het Nationaal Leerplan Rijopleiding!

Brancheorganisaties als BOVAG en de Koepel Rijopleiding en Verkeerseducatie (KRV) vertegenwoordigen nog geen 10 procent van de rijscholen en rijinstructeurs …

VCBA richt pijlen op de Tweede Kamer en beschuldigd ambtelijke top ministerie van bewust onjuist informeren van volksvertegenwoordiging!

Nu recentelijk het vijf jaar durende onderzoek van de Vereniging Consumentenbelang Autorijbewijs (VCBA) naar misleidingen, misstanden en misbruik van de …

VCBA | Kosten voor (RIS) bijscholing Nationaal Leerplan kunnen oplopen tot 2000 euro per instructeur!

De wettelijke invoering van het Nationaal Leerplan Rijopleiding zal grote financiële en arbeidsmarktgevolgen hebben voor rijinstructeurs en de veelal jonge …

VCBA: CBR mag zich na landelijke invoering Nationaal Leerplan niet langer bemoeien met rijopleiders!

Vanaf 1 juli start de Vereniging Consumentenbelang Autorijbewijs (VCBA) een nieuw onderzoek. Na eerdere onderzoeken naar vermeende misstanden bij de …
Aan het laden...