De Vereniging Consumentenbelang Autorijbewijs (VCBA) start in Amsterdam een pilot voor WRM-instructeurs en autorijscholen die in de CBR Rijschoolzoeker een slagingspercentage van lager dan 50 procent hebben. Met de pilot wil de belangenorganisatie aantonen dat het CBR-slagingspercentage van deze rijscholen binnen een jaar met 10 procent kan stijgen wanneer instructeurs en autorijscholen niet via de eigen inschrijving een praktijkexamen reserveren voor minder getalenteerde leerlingen of leerlingen met een ‘rugzakje’ maar via een Rijschool Administratie Kantoor (RAK).
Deze werkwijze wordt al jarenlang door een flink deel van de branche toegepast en het CBR werkt daar bewust aan mee door RAK’s te erkennen. Deelnemende instructeurs en autorijscholen krijgen van het rijschool administratiekantoor een klein dakbord met daarop de naam van de RAK, zodat ze voldoen aan het enige criterium dat het CBR stelt wanneer rijschool onder een andere naam examen komt afleggen. Op het dakbord moet de naam staan van de opleider die het praktijk examen of de tussentijdse toets heeft gereserveerd.
Onderzoek naar de CBR-slagingspercentages
Aanleiding voor de pilot is jarenlang onderzoek van de VCBA naar de manier waarop het CBR het slagingspercentage van rijscholen berekent en presenteert. De organisatie stelt dat het percentage voor consumenten een belangrijke graadmeter is bij de keuze van een rijopleiding, maar dat het tegelijkertijd staat CBR meerdere vormen van manipulatie toe waardoor de CBR Rijschoolzoeker de consument misleid en de Tweede Kamer door de minister verkeerd wordt geïnformeerd over lage slagingspercentages van een flink deel van de rijopleiders.
De VCBA zegt bij steekproeven in het vier jaar durende onderzoek aanwijzingen te hebben gevonden dat met name een deel van de grotere rijopleiders hun CBR-slagingspercentage strategisch kunnen beïnvloeden door kandidaten en examens niet allemaal op dezelfde manier aan de eigen rijschool te koppelen. Zo bleek een ANWB rijschool met twee BV’s ingeschreven te staan bij het CBR, waarmee vermoedelijk het slagingspercentage van een van beide inschrijvingen hoger uitviel en een grote BOVAG opleider had kennelijke verboden afspraken met het CBR die het slagingspercentage beïnvloedden. Veel van de examenkandidaten van die rijschool reden reden 10 minuten korter tijdens de examenrit of hoefden geen bijzondere verrichtingen uit te voeren.
De organisatie verwijst daarbij ook naar gesprekken met de eigenaar van enkele Rijschool Administratie Kantoren. Volgens de VCBA kunnen dergelijke kantoren examens reserveren voor zelfstandige instructeurs en kleinere rijscholen waarvan het slagingspercentage buiten de berekening van het CBR slagingspercentage blijft waarmee de opleider zelf staat ingeschreven bij het CBR. Daardoor zal volgens de belangenorganisatie een misleidend beeld ontstaan in de CBR Rijschoolzoeker. Het CBR zelf gebruikt de Rijschoolzoeker om consumenten informatie te geven over rijscholen en hun slagingspercentages, maar gedoogd manipulatie.
De proef met leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben
De pilot richt zich specifiek op rijscholen met een slagingspercentage onder de 50 procent. De VCBA wil deze groep laten zien dat een verandering in de route van examenreserveringen snel gevolgen zal hebben voor het uiteindelijke percentage dat verschijnt in de CBR Rijschoolzoeker. Dat stijgt omdat de resultaten van de praktijkexamens die via een RAK zijn gereserveerd niet meetellen in het CBR slagingspercentage dat de rijschool zelf heeft door de inschrijving bij het CBR.
De gedachte achter het experiment is eenvoudig: wanneer juist kandidaten die gemiddeld een grotere kans hebben om tijdens het examen niet te slagen, niet rechtstreeks onder de naam van de rijschool worden geregistreerd, kan het percentage van die rijschool stijgen.
De VCBA wil in 2027 monitoren wat het effect is wanneer een deel van deze examens via een RAK wordt gereserveerd. Daarbij worden volgens de organisatie de ontwikkeling van het slagingspercentage, het aantal kandidaten en het aantal geslaagde en gezakte examens met elkaar vergeleken.
Het doel is een stijging van minimaal 10 procentpunt en bij een kleine opleider die 30 praktijkexamens per jaar doet zal het slagingspercentage snel stijgen als de resultaten van eenderde van de gereserveerde praktijkexamens via een RAK loopt.
Daarmee wil de VCBA vooral een vraag op tafel leggen: zegt het CBR-slagingspercentage daadwerkelijk iets over de kwaliteit van een rijschool, wanneer de samenstelling van de kandidaten die aan een rijschool worden toegerekend kan veranderen en kan de minister deze informatie gebruiken voor ingrijpende wetswijzigingen die nodig zijn voor onnodige regulering via het Nationaal Leerplan Rijopleiding?
“Als het werkt, zegt dat iets over het systeem”
Volgens de VCBA is de pilot nadrukkelijk bedoeld als praktijkproef. De belangenorganisatie wil niet alleen met de Tweede Kamer discussiëren over de betrouwbaarheid van het CBR-slagingspercentage, maar aantonen wat er gebeurt wanneer een bij het CBR ingeschreven rijschool en klein deel van haar examenreserveringen via een RAK of andere ingeschreven opleider laat lopen.
Daarmee raakt de pilot volgens de belangenorganisatie aan een bredere discussie over de vraag of consumenten de CBR-percentages wel als objectieve kwaliteitsindicator kunnen gebruiken.
Beschuldiging aan het adres van het CBR
De VCBA gaat daarbij verder. Op basis van haar onderzoek stelt de organisatie dat een deel van de grote rijopleiders het CBR-slagingspercentage manipuleert en dat het CBR daarvan op de hoogte is en dit faciliteert of gedoogt.
Dat is een ernstige beschuldiging. Het is tegelijkertijd van belang om onderscheid te maken tussen de onderzoeksbevindingen en de conclusie die de belangenorganisatie daaruit trekt. Een onafhankelijke vaststelling dat het CBR bewust meewerkt aan manipulatie is daarmee niet automatisch gegeven, daarvoor zal de minister onafhankelijk onderzoek moeten laten verrichten omdat het verkeerd informeren van de Tweede Kamer een politieke doodzonde is.
Juist daarom wil de VCBA de pilot gebruiken als een controleerbaar praktijkexperiment. Als blijkt dat rijscholen met een slagingspercentage onder de 50 procent binnen een jaar met minimaal 10 procentpunt kunnen stijgen door de wijze van examenreservering structureel te veranderen, ontstaat volgens de organisatie een concreet aanknopingspunt voor nader onderzoek naar de werking van de CBR-systematiek en de noodzaak voor het Nationaal Leerplan Rijopleiding.
De consument staat centraal
Voor de VCBA draait de discussie uiteindelijk niet alleen om rijscholen. Het gaat vooral om de consument.
Een jongere die in de CBR Rijschoolzoeker zoekt naar een rijschool, kan een percentage van bijvoorbeeld 45 procent vergelijken met een rijschool die 70 procent vermeldt. De consument kan daaruit de indruk krijgen dat de tweede rijschool aanzienlijk betere resultaten behaalt.
Volgens de VCBA is die conclusie echter alleen gerechtvaardigd wanneer de percentages onderling daadwerkelijk vergelijkbaar zijn en de wijze waarop kandidaten aan rijscholen worden toegerekend niet substantieel kan worden beïnvloed.
De Amsterdamse pilot moet volgens de organisatie juist laten zien hoe groot dat effect in de praktijk kan zijn.
De uitkomsten van de proef zullen daarom niet alleen interessant zijn voor de deelnemende rijscholen, maar ook voor het CBR, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de politiek en vooral voor de duizenden consumenten die jaarlijks de CBR Rijschoolzoeker gebruiken bij hun keuze voor een rijschool.






