Rijschoolwereld zet vraagtekens bij nieuwe CBR-plannen: van schrappen naar verplichten?

Leestijd: 5 minuten

Het promoten van de tussentijdse toets (TTT) leidt op sociale media tot opvallend kritische reacties vanuit de rijschoolwereld. De kern van de kritiek: hoe kan een instrument dat in 2025 juist tijdelijk werd geschrapt vanwege capaciteitsproblemen, een jaar later worden gepresenteerd als onderdeel van de oplossing voor de kwaliteit van de rijopleiding?

De TTT werd per 1 april 2025 tijdelijk niet meer aangeboden om capaciteit vrij te maken voor praktijkexamens. Inmiddels is de toets sinds 30 maart 2026 weer beschikbaar op alle CBR-locaties. Het ministerie meldde dat de reserveringstermijnen inmiddels grotendeels binnen de KPI van maximaal zeven weken lagen.

Juist die ontwikkeling roept vragen op bij verschillende rijschoolhouders en oud-rijschoolhouders.

„Eerst schrappen en nu promoten”

Rijschoolhouder Frans-Bert Ruber stelt in een Facebookreactie dat het CBR zichzelf volgens hem in de voet heeft geschoten door de TTT een jaar te schrappen. Volgens Ruber zijn rijscholen in die periode op zoek gegaan naar alternatieven en hebben zij die ook gevonden. Daardoor zouden zij minder afhankelijk zijn geworden van de TTT van het CBR.

Hij verbindt daar vervolgens een capaciteitsvraag aan: als rijscholen de TTT niet meer bij het CBR laten afnemen, ontstaat volgens hem juist extra ruimte bij het CBR. Die ruimte komt volgens Ruber bovenop de capaciteit die beschikbaar is gekomen door de opleiding en inzetbaarheid van nieuwe examinatoren.

Die redenering wordt door andere deelnemers aan de discussie onderschreven. Ron van Maaren reageert dat hij Rubers zienswijze deelt.

De vraag achter de discussie: wat heeft een jaar zonder TTT daadwerkelijk opgeleverd?

Ook Anton Vos stelt daar een principiële vraag over. Hij wijst erop dat het slagingspercentage volgens hem gedurende het jaar waarin er geen TTT was, vrijwel hetzelfde bleef. Zijn vraag is dan welk aantoonbaar voordeel de TTT heeft gehad, afgezien van de inkomsten die het CBR ermee genereert.

Die vraag verdient een feitelijke onderbouwing. Het CBR stelde in februari 2026 dat het schrappen van de TTT ruimte had gegeven om de achterstanden bij de praktijkexamens weg te werken. Volgens het CBR waren de reserveringstermijnen op dat moment op alle locaties vijf weken of minder. Het CBR sprak daarbij de verwachting uit dat dit uiteindelijk ook zichtbaar zou worden in stijgende slagingspercentages.

Daarmee ontstaat een interessant evaluatiemoment: wat waren de meetbare effecten van het jaar zonder TTT op wachttijden, examencapaciteit én slagingspercentages? En hoe verhouden die cijfers zich tot de argumenten waarmee een verplichte toets wordt verdedigd?

„Gaan ze dan extra mensen aannemen?”

Diezelfde capaciteitskwestie komt terug in een reactie van Leon de Louw. Hij vraagt zich af hoe de nieuwe plannen te rijmen zijn met de lange wachttijden die er eerder waren en of het CBR extra mensen gaat aannemen wanneer een extra toetsmoment structureel onderdeel wordt van het traject.

Dat is geen onbelangrijke vraag.

Het CBR beweerd inmiddels dat het zelfstandig bestuursorgaan wel degelijk extra capaciteit opgebouwd. In een recente Kamerbrief staat dat er in 2025 en 2026 tot dan toe 76 nieuwe examinatoren zijn bijgekomen en dat daarnaast nieuwe opleidingsklassen voor examinatoren zijn gestart. Maar het zal niet de eerste keer zijn dat het CBR de Tweede Kamer opzettelijk verkeerd informeert. Ook is bekend uit de vijf-jaarlijkse rapportage, die het ministerie laat maken over het CBR, dat door vergrijzing het aantal FTE’s examinatoren fors zal dalen.

Een structurele uitbreiding van het aantal toetsmomenten betekent ook structureel meer inzet van examinatoren. De vraag is dus niet alleen of er nu voldoende capaciteit is, maar ook of die capaciteit voldoende blijft wanneer een extra toetsmoment voor iedere kandidaat verplicht zou worden.

Van vrijwillige TTT naar verplichte CBR-toets

Daarmee komen we bij een veel fundamentelere ontwikkeling.

De huidige TTT is facultatief. In het nieuwe toets- en examenprogramma van het Nationaal Leerplan Rijopleiding B is echter voorzien in een verplichte tussentijdse praktijktoets voertuigbeheersing, afgenomen door een CBR-examinator. De leerling kan voor deze toets niet zakken, maar kan er wel vrijstellingen voor het eindpraktijkexamen mee verdienen.

Dat is een wezenlijk verschil met de huidige situatie.

De discussie gaat daarmee niet meer uitsluitend over de vraag of een leerling vrijwillig een TTT wil doen. Het gaat over de vraag wie bepaalt dat iedere leerling een extra toetsmoment bij het CBR moet doorlopen en wie dat toetsmoment uitvoert.

Dat maakt de kritiek vanuit de rijschoolwereld begrijpelijker. Een deel van de branche ziet in de huidige ontwikkelingen mogelijk een voorportaal van een stelsel waarin de rol van het CBR binnen de rijopleiding aanzienlijk groter wordt.

Twee examenmomenten liggen al in het Nationaal Leerplan

Dat laatste is niet slechts een veronderstelling. In het officiële ontwerp, transitieplan, van het Nationaal Leerplan Rijopleiding B staan twee praktijkexamens/toetsmomenten bij het CBR beschreven. Het document noemt expliciet een eerste praktijktoets en een eindpraktijkexamen.

Ook in de parlementaire stukken is vastgelegd dat het nieuwe programma uitgaat van een tussentijdse praktijktoets voertuigbeheersing én een eindpraktijkexamen, waarbij de tussentijdse toets door het CBR wordt afgenomen en verplicht onderdeel wordt van het nieuwe toets- en examenprogramma.

Daarmee is de stap van de huidige vrijwillige TTT naar een structureel verplicht CBR-toetsmoment dus geen fantasie van critici. Het is onderdeel van het beschreven toekomstige toetsmodel.

Tegelijkertijd moet worden benadrukt dat het kabinet in een eerdere fase juist aangaf dat het aantal verplichte examens voorlopig niet zou worden verhoogd en dat nader onderzoek nodig was naar het nut en de noodzaak van meerdere toetsmomenten.

De beleidsontwikkeling is dus duidelijk verschoven ten opzichte van die eerdere formulering.

De fundamentele vraag: hoeveel macht krijgt het CBR over de rijopleiding?

Daarmee komt een bredere kwestie op tafel.

Het CBR heeft primair een wettelijke taak rond examinering. In een tv-interview van RijschoolPro, niet te verwarren met Rijschoolprofs, was het de hoogste ambtenaar van het ministerie – het Hoofd Verkeersveiligheid Geertje Hegeman, die de kijker duidelijk maakte dat het CBR wettelijk geen mandaat heeft zich met de rijopleiding te bemoeien. De TTT is een toetsmoment op tweederde van de rijopleiding. Hoe verhoud zich dat tot de beweringen van Geertje Hegeman namens het Ministerie? Het Nationaal Leerplan verbindt het CBR echter steeds nadrukkelijker met verschillende momenten binnen het leerproces. In de plannen wordt bovendien gewerkt met een leerlingvolgsysteem waarin leerresultaten, opleidingsactiviteiten en toets- en examenmomenten worden geregistreerd.

Voorstanders van het nieuwe systeem kunnen daar een kwaliteitsverbetering in zien: eerder toetsen, beter inzicht in de ontwikkeling van leerlingen en een betere aansluiting tussen opleiding en examen.

Maar vanuit de rijschoolwereld ligt een andere vraag voor de hand:

Wordt het CBR daarmee niet steeds meer dan alleen de organisatie die het rijexamen afneemt?

Dat is precies het punt waarop de Facebookreacties interessant worden. De reacties gaan uiteindelijk niet alleen over een TTT. Ze gaan over de vraag of een organisatie die verantwoordelijk is voor examinering ook steeds meer invloed krijgt op het traject dat voorafgaat aan die examinering.

Eerst bewijs, dan verplichten

De discussie zou daarom niet moeten worden gevoerd op basis van aannames, marketing of losse slagingspercentages. Als de TTT als verplicht onderdeel van de toekomstige rijopleiding wordt ingevoerd, moet helder zijn welk probleem daarmee wordt opgelost, welk bewijs daarvoor bestaat en wat de financiële en capacitaire gevolgen zijn voor leerlingen en rijscholen.

Ook de effecten van het jaar waarin de TTT juist werd afgeschaft, zouden daarbij moeten worden meegenomen.

Want als de TTT daadwerkelijk essentieel is voor de kwaliteit van de rijopleiding, moet dat aantoonbaar zijn. En als het jaar zonder TTT nauwelijks effect heeft gehad op het slagingspercentage, zoals verschillende deelnemers aan de discussie beweren, dan verdient ook die constatering een onafhankelijke analyse.

De Facebookreacties laten in ieder geval zien dat een deel van de rijschoolwereld niet zomaar meegaat in de redenering dat méér CBR-toetsing automatisch gelijkstaat aan beter rijonderwijs.

En daarmee verschuift de discussie van de TTT zelf naar een veel grotere vraag:

Is de verplichte TTT slechts een nieuwe kwaliteitsmaatregel, of vormt deze toets het eerste concrete onderdeel van een toekomstig systeem waarin het CBR twee formele momenten binnen het praktijktraject naar zich toetrekt?

Die vraag verdient een openbaar, controleerbaar antwoord voordat de nieuwe structuur definitief wordt ingevoerd.

andere berichten over dit onderwerp

COLUMN | Verplichte tussentijds toets is het begin van het einde voor rijscholen met inschrijving CBR!’

deze column werd op 1 juli 2026 gepubliceerd Ik heb op zichzelf niets tegen het fenomeen van de tussentijdse toets …

CBR-rapport ‘Stand van de examinering van praktijkexamen B’ roept vragen op: feiten of beïnvloeding van de politiek?

Het CBR heeft gisteren voor het eerst een afzonderlijke publicatie uitgebracht over de stand van de examinering van het praktijkexamen …

‘Topambtenaren ministerie I&W, Kees van der Burg en Marion Smit, zijn verantwoordelijk voor misleiding Tweede Kamer!’

Topambtenaren Kees van der Burg en Marion Smit van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn al jarenlang op de …

Hoe kon het CBR jarenlang een taak uitvoeren waarvoor het geen wettelijke bevoegdheid had?

Het CBR heeft jarenlang WRM-praktijkbijscholing uitgevoerd voor eigen medewerkers en voor RIS-gecertificeerde rijinstructeurs. Volgens journalisten wist de CBR-directie al geruime …

VCBA maakt brief openbaar waarin de Tweede Kamer wordt gevraagd om onderzoek naar de rol van top ministerie I&W bij niet en/of bewust verkeerd informeren parlement!

De Vereniging Consumentenbelang Autorijbewijs (VCBA) heeft de Tweede Kamer schriftelijk gevraagd onderzoek te doen naar de directe betrokkenheid van DG’s …

COLUMN | Brancheorganisaties vertegenwoordigen maar 10% van de rij-instructeurs en zijn niet kritisch over de gevolgen van het Nationaal Leerplan Rijopleiding!

Brancheorganisaties als BOVAG en de Koepel Rijopleiding en Verkeerseducatie (KRV) vertegenwoordigen nog geen 10 procent van de rijscholen en rijinstructeurs …
Aan het laden...